1,9% kans op kanker door jaarlijkse full body scans (studie)

Full body scans zijn levensgevaarlijk. Dat hoorde ik van mijn vader, die zelf elk jaar wordt gescand vanwege een eerder gescheurde aorta. 

Zo stuurde hij mij een studie waaruit blijkt dat als je zo’n scan jaarlijks zou laten doen, de kans om uiteindelijk aan kanker te overlijden door die scans rond de 1,9 procent ligt.

Natuurlijk laat je zo’n scan doen als je iets levensbedreigends hebt. Hetzelfde geldt voor chemotherapie. Dat kan ook dodelijk zijn en zelfs nieuwe kanker veroorzaken. Maar als je je niet laat behandelen, ga je waarschijnlijk dood.

Maar om als kerngezond persoon, voor zogenaamde preventie, je lichaam aan al die straling bloot te stellen, lijkt mij allesbehalve verstandig.

Sterker nog, als ik er iets dieper op in mag gaan, is het eigenlijk omgekeerde geneeskunde. Normaal begin je bij een klacht, doe je lichamelijk onderzoek en ga je pas daarna beeldvormend onderzoek inzetten. Bij een full body scan draai je dat volledig om. Je kijkt eerst zonder klachten, en vindt vervolgens dingen die vaak nooit problemen zouden geven.

Kortom, soms is minder gezondheidszorg juist gezonder.

Mannelijke patiënt ondergaat een CT-scan terwijl een vrouwelijke laborant het apparaat bedient.

Wanneer is kijken wél verstandig?

Het antwoord zit in gericht onderzoek met een duidelijke reden. Als je klachten hebt of een aantoonbaar verhoogd risico, kan een scan juist een zegen zijn.

Heb je rugpijn na een val, dan kan een MRI precies laten zien wat er mis is. Heb je een erfelijke aanleg voor een bepaalde vorm van kanker, dan bestaan er gerichte screenings zoals darmonderzoek of mammografie die aantoonbaar zinvol zijn. Zelfs een CT scan kan levens redden, denk aan een low dose CT bij zware rokers om longkanker vroeg op te sporen, of een CT van het hart bij specifieke ernstige klachten. In al die gevallen is er een reden om te kijken. Je weet welke vijver je onderzoekt en waarom.

Dat is het grote verschil met een full body scan zonder aanleiding. Bij gerichte screening is de balans tussen risico en voordeel zorgvuldig onderzocht en meestal positief, of op zijn minst acceptabel. Er is bijvoorbeeld goed bewijs dat het bevolkingsonderzoek naar darmkanker levens redt. Ja, ook daar bestaan valse alarmen en overdiagnose, maar die accepteren we omdat per saldo meer mensen geholpen worden dan geschaad. Bij full body scans ontbreekt die balans. Je voegt risico toe zonder bewezen voordeel.

Er is nog een belangrijk verschil. Bij gerichte tests weet je wat je zoekt. De test is gemaakt om één specifiek probleem goed te vinden of uit te sluiten. Een full body scan doet het tegenovergestelde. Die kijkt naar alles tegelijk en vindt van alles een beetje. Je krijgt dan te horen dat er wat verkalking in de kransslagaders zit, een vaag plekje in de long en een cyste op de nier. Geen van die dingen is op zichzelf direct levensbedreigend, maar ze zaaien wel drie zorgen in je hoofd. En voor elk volgt weer nieuw onderzoek.

Vergelijk dat met gerichte screening. Eén test, één duidelijke vraag, één overzichtelijk antwoord. Wel of geen poliep. Wel of geen afwijking. Dat geeft rust en duidelijkheid.

Anders gezegd: een scan is zinvol als er een goede vraag is. Geen enkele arts zal beeldonderzoek weigeren als er klachten of erfelijke risico’s zijn die het rechtvaardigen. Dan wegen de voordelen op tegen de nadelen. Maar alles blind scannen zonder aanleiding is als met hagel schieten en hopen dat wat je raakt het letsel waard is.

Weetje

Wist je dat een full-body CT-scan net zoveel straling kan geven als honderden röntgenfoto’s tegelijk?

“Maar ik wil gewoon álles weten”

Liever een vals alarm dan een gemiste diagnose. Dat gevoel zit diep. En eerlijk is eerlijk, het vraagt een mentale draai om daar anders naar te kijken. 

Want wat je eigenlijk zegt is: ik accepteer stress, risico’s en misschien zelfs operaties, als ik maar geen ernstige ziekte mis.

Ik wil je uitnodigen om dat perspectief om te draaien. Probeer eens te denken: ik accepteer enige onzekerheid, als ik daarmee onnodige medische ellende voorkom. Dat is precies hoe goede artsen en medische richtlijnen werken. Ze wegen zorgvuldig af welke onzekerheid acceptabel is om grotere schade te voorkomen. Dat is de kunst van het niet doen in de geneeskunde. Niet testen en niet ingrijpen totdat er een goede reden is. Niet schieten voordat je een duidelijk doel ziet.

Een voorbeeld buiten de gezondheidszorg maakt dit misschien duidelijker. Stel je voor dat je elke dag je huis laat controleren door een bouwkundige, uit angst voor verborgen gebreken. Elke dag breekt hij muren open, schuift meubels aan de kant en haalt vloerbedekking weg, op zoek naar een mogelijk beginnend scheurtje. De kans is groot dat hij af en toe iets kleins vindt. Een haarscheurtje. Een beetje houtrot. Meteen komt er een aannemer om het te repareren en voor je het weet ligt half je huis open. Jij voelt je veilig omdat alles continu wordt gecontroleerd, maar je huis slijt sneller van al dat breken dan van de problemen zelf. En de echt grote risico’s? Die had je waarschijnlijk ook ontdekt met iets simpels als een rookmelder, in plaats van dagelijks de boel te slopen.

Zo werkt het ook met je lichaam. Het is goed om alert te zijn. Luister naar signalen van je lijf. Neem echte klachten serieus. Doe aan gerichte preventie die wél werkt, zoals bloeddruk meten, bloedsuiker controleren, stoppen met roken, bewegen. Maar wees voorzichtig met het idee dat meer zorg altijd beter is.

Soms is minder echt meer. Minder ingrepen. Minder straling. Minder stress. En juist daardoor meer gezondheid.

Zijn andere scans (MRI, echo) dan de oplossing?

Maar wat als je een full body MRI doet? Of een uitgebreide echo? Die gebruiken geen straling, dus dan heb je toch het beste van twee werelden. Alles checken zonder risico.

Slim gedacht. En er verschijnen ook steeds meer bedrijven die precies dat aanbieden. Volledige lichaamsscans met MRI, zoals het bedrijf Prenuvo, waarbij zelfs beroemdheden als uithangbord worden gebruikt. Een MRI werkt zonder röntgenstraling, dus dat specifieke risico op kanker valt weg. Dat maakt het op het eerste gezicht veiliger.

Maar je voelde hem waarschijnlijk al aankomen. Ook hier spelen overdiagnose en valse alarmen een grote rol. Een vooraanstaande radioloog vatte het onlangs kernachtig samen over deze nieuwe MRI hype: als je geen klachten of specifieke risicofactoren hebt, wegen de nadelen van zo’n scan zwaarder dan de mogelijke voordelen. De reden is simpel. Ook MRI’s vinden afwijkingen die uiteindelijk niets betekenen, maar die je wel door medische trajecten kunnen trekken waar je nooit aan begonnen was.

In de praktijk zien we bij full body MRI hetzelfde patroon als bij CT scans, alleen zonder straling. Uit voorlopige cijfers blijkt dat bij ongeveer 15 tot 30 procent van de mensen zo’n scan iets afwijkends laat zien waar vervolgonderzoek voor nodig is. Een rode vlag. En in het overgrote deel van die gevallen blijkt het achteraf loos alarm te zijn.

Het verschil is dus niet dat er geen risico’s zijn, maar dat de risico’s anders zijn. Je krijgt geen stralingsschade, maar de psychologische en lichamelijke gevolgen van vervolgonderzoek blijven bestaan. Een schrijnend voorbeeld werd recent beschreven in TIME Magazine. Het ging om een jonge arts in de Verenigde Staten. Kerngezond, geen klachten, maar hij liet voor de zekerheid een full body MRI doen. Ze vonden een klein cystetje op zijn nier. Waarschijnlijk onschuldig, maar het was gezien. Die onzekerheid liet hem niet los en hij drong aan op verdere stappen.

Uiteindelijk besloot men dat stukje nier operatief te verwijderen om zeker te zijn. Tijdens de operatie bleek de cyste inderdaad onschuldig. Maar toen hij wakker werd, bleek dat de chirurg uiteindelijk zijn hele nier had verwijderd, omdat het er aan de buitenkant verdacht uitzag. Het eindresultaat: een 37 jarige man die onnodig een orgaan mist. Verder gezond, maar wel een zware operatie, een groot litteken, risico’s van narcose en mogelijk blijvende gevolgen voor zijn nierfunctie. Allemaal door een vondst die waarschijnlijk nooit een probleem was geworden.

Dit voorbeeld is extreem, maar helaas niet uniek. De techniek ziet iets en zet daarmee een keten in gang die de gezondheid uiteindelijk kan schaden. Elke ingreep, of het nu een punctie, een kijkoperatie of een grote operatie is, brengt risico’s met zich mee. Bloedingen, infecties, complicaties. Zoals een radioloog het verwoordde: elke keer dat je ergens in het lichaam prikt of snijdt, bestaat er een kans op ernstige gevolgen. Dat doe je liever alleen als je echt denkt dat er iets mis is.

Je kunt natuurlijk zeggen: dan laat ik het bij die MRI. Ik ga niet snijden tenzij het zeker fout is. Dat klinkt verstandig, maar hoe weet je of iets fout is zonder extra onderzoek? Vaak volgen alsnog puncties of nieuwe scans. En als die geen honderd procent geruststelling geven, blijft dat stemmetje knagen. Wat als het toch kwaadaardig is en ik niets doe? Veel mensen, en artsen trouwens ook, kiezen dan liever voor ingrijpen dan voor afwachten. Dat is menselijk, maar precies daar zit het probleem.

Kortom, ook een full body MRI of uitgebreide echo lost de kern niet op. Je vermijdt de straling, dat is winst. Maar je ontsnapt niet aan de informatieparadox. 

De verleiding van high tech gezondheid

Het is ook de verleiding van technologie. We leven in een tijd waarin high tech gezondheids­gadgets en tests overal opduiken. 

Een DNA test hier, een app die je hartslag bijhoudt daar, hele lichaamsscans voor wie het kan betalen. 

Er zit een impliciete belofte achter: hoe meer we meten en zien, hoe gezonder we worden. Maar dat is niet automatisch waar. Meer data is niet hetzelfde als meer gezondheid.

Een full body scan is een beetje als een enorm sleepnet dat je door een vijver haalt. Je hoopt die ene zeldzame gouden vis te vangen, bijvoorbeeld een vroege kanker. Maar ondertussen schep je een hoop bijvangst op. Onschuldige visjes, wat oude rommel, planten. Je eindigt met een emmer vol troep waar je iets mee moet. En die gouden vis? Die zit er misschien niet eens in. En als hij er wél in zit, had je hem mogelijk ook met een gerichter net gevangen, een gerichte test, zonder al die bijvangst.

We raken gemakkelijk verblind door wat er technisch allemaal kan. En eerlijk is eerlijk, het ís indrukwekkend. In een uur tijd je hele lichaam in beeld brengen was een paar decennia geleden ondenkbaar. Het voelt bijna sciencefictionachtig, alsof je een totale gezondheids APK krijgt. En laat dat duidelijk zijn: de techniek op zichzelf is fantastisch en kan levens redden, mits goed ingezet. Iemand met klachten of duidelijke risicofactoren kan enorm geholpen zijn met een scan van een specifiek lichaamsdeel. Dagelijks worden ernstige aandoeningen ontdekt en behandeld dankzij doelgerichte beeldvorming. Maar daar zit het verschil. Het gaat om doelgericht en met een duidelijke reden. Een bouwlamp is ook een prima lichtbron, maar dat betekent niet dat je hem voor de zekerheid continu in ieders ogen moet schijnen.

De drang om “het zekere voor het onzekere” te nemen

Toch voelt het bijna tegennatuurlijk om níét alles op alles te zetten voor je gezondheid.

Het idee dat er misschien iets in je lichaam zit te sluimeren, een soort tikkende tijdbom die je ongemerkt met je meedraagt, is ronduit beangstigend. Het liefst wil je zekerheid. 

Even de scan in en met eigen ogen zien dat alles nog netjes op zijn plek zit. Die drang naar controle, naar het uitsluiten van onzekerheid, zit diep in ons. Zeker als het over leven en dood gaat.

Maar hier zit de paradox. Soms kan juist die zoektocht naar absolute zekerheid je meer kwaad doen dan goed. Het klinkt stoer om “het zekere voor het onzekere” te nemen, maar wat als die zekerheid helemaal geen zekerheid is? 

Wat als de poging om alle risico’s uit te bannen je ondertussen blootstelt aan nieuwe risico’s die je liever niet had gehad?

Laten we wat dieper ingaan op dat vroege ontdekken. 

Het idee is verleidelijk. Een full body scan als een moderne glazen bol die elke ziekte in de kiem smoort. Als er iets kwaadaardigs zit, dan ben je er tenminste op tijd bij. Maar de werkelijkheid is minder zwart wit.

Om te beginnen is er zoiets als overdiagnose. Dat betekent dat je iets ontdekt wat er misschien wel zit, maar nooit een probleem zou zijn geworden. Onze lichamen zitten vol onschuldige foutjes en bobbeltjes die we normaal gesproken nooit zouden opmerken. Een kleine cyste hier, een onschuldig knobbeltje daar. Dat is simpelweg de decoratie van onze binnenkant. Meestal totaal ongevaarlijk. Maar zodra een scan zoiets oppikt, weten we het ineens. En dan is niets doen bijna onmogelijk, zelfs als het achteraf gezien nooit kwaad had gekund.

Stel je voor dat de scan een piepklein plekje op je long vindt of een minuscuul niertumortje. Schrik. Jij en je arts kunnen dat niet zomaar negeren. Er volgen vervolgonderzoeken, misschien een biopsie waarbij ze een hapje weefsel nemen, of zelfs een operatie om dat plekje voor de zekerheid weg te halen. Voor je het weet zit je midden in het medische molentje, terwijl dat plekje waarschijnlijk je hele leven rustig was blijven zitten zonder ooit problemen te geven. Vroeg ontdekken heeft je dan niet gered. Het heeft je patiënt gemaakt.

En dit is geen theoretisch verhaal. De wetenschap laat zien dat dit echt gebeurt. In een onderzoek onder gezonde mensen die vrijwillig zo’n scan lieten maken, had maar liefst 86 procent iets afwijkends op de beelden. Ja, dat lees je goed. Bijna iedereen had wel íets dat afweek van het perfecte plaatje. Meestal onschuldig, maar toch kreeg ruim één op de drie mensen het advies om vervolgonderzoek te doen. Extra scans, longfoto’s, misschien een MRI of echo om te kijken wat dat plekje precies was. Honderden mensen die zich ineens patiënt voelden, compleet met stress en onzekerheid, terwijl ze kerngezond aan die preventieve scan waren begonnen.

En wat leverde het op? Vooral onrust, extra onderzoeken en extra kosten. Wat het níét opleverde, is hard bewijs dat al dat vroege speuren levens redt. Er is tot nu toe geen enkele studie die laat zien dat een full body scan mensen langer laat leven. Geen lagere sterftecijfers, geen verborgen wondergenezingen die anders gemist waren. Het klinkt misschien cru, maar het gevoel van “ik doe iets goeds, ik hou alles in de gaten” staat haaks op wat de data laten zien.

Als je zoekt, zul je iets vinden

Misschien voel je nu wat weerstand opkomen. “Goed, ze vinden vaak iets kleins. Maar stel dat er wél een ernstige ziekte in mij zit. Dan ben ik tenminste op tijd. Is dat kleine risico op onrust en extra tests niet het waard, vergeleken met het drama van een gemiste kanker?”

Die ene persoon bij wie dankzij een scan een vroege tumor wordt ontdekt, bestaat. Af en toe tref je inderdaad bingo. Er zit ergens een beginnende kanker die anders pas veel later aan het licht was gekomen. Zulke verhalen halen de krant, met juichende koppen als: “Leven gered door preventieve scan.” Misschien ken je zelf ook zo’n verhaal, via via. Dat ene succes geeft hoop en rechtvaardigt in ons hoofd al snel alles wat ervoor nodig was.

Maar wat je níét hoort, zijn de vele verhalen daarachter. Van mensen bij wie de scan iets vond dat uiteindelijk niets bleek te zijn, maar die wel door de medische molen gingen. Met angst, onzekerheid en soms zelfs complicaties als bijwerking. Die ene gelukkige redding steekt fel af tegen een achtergrond van talloze valse alarmen. Zoals een radioloog het eens treffend zei: de kans dat je door zo’n scan geholpen wordt, is kleiner dan de kans dat je er schade van ondervindt. Met andere woorden, je kunt geluk hebben en precies dat ene vinden wat je helpt, maar gemiddeld genomen verlies je. Het lijkt een beetje op gokken in het casino. Je kúnt de jackpot winnen, maar de meeste mensen lopen met lege zakken naar buiten.

Stel dat je elk jaar een full body scan laat maken, vanaf je 45e tot je 75e. Dat zijn dertig scans, zoals in die studie waar mijn vader mij op wees. De kans dat je in die periode door de straling zelf kanker krijgt en daaraan overlijdt, ligt rond de 1,9 procent. Dat is bijna één op de vijftig. Best veel, als je er even bij stilstaat. Van elke vijftig mensen die zo trouw scannen, overlijdt er gemiddeld één aan kanker die juist door die scans is veroorzaakt. En hoeveel van diezelfde vijftig mensen vinden daadwerkelijk een verborgen tumor die hun leven redt? Statistisch gezien minder. Er zijn geen harde cijfers, maar het feit dat geen enkele studie tot nu toe een daling in sterfte laat zien, zegt eigenlijk al genoeg.

Er is dus een reële kans dat scannen mensen eerder ziek verklaart dan ziekte voorkomt. Zoals een expert het eens omschreef: met dit soort routinecontroles kun je jezelf meer pijn doen dan goed. Die 1,9 procent extra risico klinkt misschien klein, maar zet het eens naast iets bekends. De meeste mensen hebben ongeveer 4 tot 5 procent kans om uiteindelijk aan darmkanker te overlijden. Zou je een pil slikken die dat risico met bijna de helft verhoogt? Waarschijnlijk niet. Maar een jaarlijkse scan doet in feite iets vergelijkbaars, in ruil voor een hoop schijnzekerheid.

Hier stuiten we op iets belangrijks: schijnveiligheid. 

Een normale uitslag van een full body scan voelt als een enorme opluchting. “Zie je wel, alles is oké.” Maar hoe lang houdt dat gevoel stand? 

Zo’n scan is een momentopname. Je kunt de dag na een goede scan alsnog ziek worden. De zekerheid die je krijgt is dus beperkt en eigenlijk alleen geldig op het moment van scannen zelf. Daar komt nog iets bij. 

Die geruststelling komt zelden helemaal schoon binnen. Vaak is het eerder: alles ziet er goed uit, maar we zagen wel een klein vlekje hier of een bobbeltje daar. Waarschijnlijk niks om je zorgen over te maken. En daar zit je dan. Officieel ben je gezond, maar er is wel iets gevonden. Het zaadje van twijfel is geplant. Weg zekerheid, hallo gepieker.

Ondertussen heb je jezelf wel blootgesteld aan heel echte risico’s. Laten we die straling nog even benoemen, want dat is niet niks. Een full body CT scan is geen onschuldig fotootje. De stralingsdosis van één zo’n scan is bijna honderd keer zo hoog als die van een gewone longfoto of mammogram. Om het in perspectief te plaatsen: één lichaamsscan komt in de buurt van de hoeveelheid straling die sommige overlevenden van Hiroshima hebben opgelopen. Dat klinkt extreem, maar het laat zien hoe fors die dosis is. En we weten uit die tragische geschiedenis dat zulke hoeveelheden straling het risico op kanker verhogen. Dat is geen theorie, dat is goed onderbouwd bewijs.

Nu zeg ik niet dat één scan je meteen ziek maakt. Ons lichaam kan best wat hebben. De schatting is dat één scan bij een 45 jarige de kans op dodelijke kanker met ongeveer 0,08 procent verhoogt. Dat is zo’n één op de twaalfhonderd. Op zichzelf klein. Maar als je zonder medische reden jaar na jaar blijft scannen, stapelt dat risico zich op tot die eerder genoemde 1,9 procent. En wat krijg je daar precies voor terug? Misschien een gevoel van controle, maar in de praktijk vooral een grotere kans op problemen.

En het stopt zelden bij één scan. Als er iets twijfelachtigs wordt gezien, volgt vaak een nieuwe scan om beter te kijken. Soms weer een CT, soms een MRI. Daarna misschien periodieke controles om te zien of het groeit. Voor je het weet lig je om de paar maanden in een buis. Dat betekent steeds meer straling in het geval van CT scans, of in elk geval steeds meer ziekenhuisbezoeken en stress.

Die valse alarmen hebben zelfs een naam: false positives. De scan zegt eigenlijk: “Hé, misschien is hier iets aan de hand”, terwijl er niets mis blijkt te zijn. Elke test kent dit probleem, maar full body scans zijn er kampioen in. Je kijkt namelijk overal tegelijk en vindt daardoor bij bijna iedereen wel iets afwijkends. Het is alsof je met een vergrootglas je hele huis inspecteert. Je vindt altijd wel een barstje in de muur of een deur die piept. Als je elk krasje gaat behandelen alsof het een fundamenteel probleem is, maak je uiteindelijk meer stuk dan je oplost.

Niet voor niets raden artsen en medische organisaties deze praktijk af. De Amerikaanse vereniging van radiologen stelt heel duidelijk dat er geen bewijs is dat het screenen van mensen zonder klachten met een totale lichaams CT zinvol is. Sterker nog, ze waarschuwen dat je er vooral onschuldige afwijkingen mee vindt die leiden tot onrust en onnodige behandelingen, bovenop de schade van de straling zelf. Geen enkele serieuze richtlijn zegt: ga als gezond mens jaarlijks door de scan. Als het echt zo’n briljant idee was, zou het standaard onderdeel zijn van elk preventiepakket. Dat is het niet. Dat het toch gebeurt, komt vooral door commerciële screeningsklinieken die slim inspelen op onze angsten. En daar ook prima aan verdienen.

Waarom zijn we dan toch geneigd om ons hele hebben en houwen door te laten lichten?

Eén woord: angst. Angst voor het onbekende. Angst voor wat er misschien ergens in stilte groeit. Angst om de controle over je eigen lichaam te verliezen. 

Het is een krachtige drijfveer. Die fluistert steeds hetzelfde zinnetje: wat als er iets zit en je mist het? Wat als jij nét die ene bent met een sluimerende tumor? 

Angst is zelden een goede raadgever, en hier lijkt dat opnieuw te kloppen.

Onder die angst zit vaak een diepgewortelde overtuiging: meer weten is altijd beter. Maar is dat zo? Soms wel. Kennis kan macht zijn, als je er iets zinnigs mee kunt. Maar wat als die kennis je vooral stress oplevert en je opzadelt met twijfel? Ook de kwaliteit van leven telt mee. Maanden in spanning zitten over uitslagen, nachten wakker liggen door een vaag “vlekje” dat uiteindelijk niets blijkt te zijn, dat zijn echte kosten. Niet op papier, maar in je hoofd.

Ik ken mensen die bij elk lichamelijk signaal meteen aan het ergste denken. Hoofdpijn wordt een hersentumor. Een moedervlekje is huidkanker. Voor hen lijkt een full body scan dé oplossing. Scan me en haal die onzekerheid weg. Tragisch genoeg kan zo’n scan juist voor deze mensen rampzalig uitpakken. Zij zijn precies degenen die volledig vastlopen zodra er iets gevonden wordt. En omdat vrijwel iedereen wel iets kleins heeft, is de kans groot dat de scan hun angst bevestigt in plaats van wegneemt.

Stel je voor dat je te horen krijgt dat er een “plekje op de lever” zit en dat ze niet precies weten wat het is. Als je al angstig was, doet zo’n zin je toch ontsporen. Je gaat googelen, fout één. Je leest de engste scenario’s, fout twee. En ineens voelt elk pijntje drie keer zo intens, fout drie. De gemoedsrust waar je op hoopte, verandert in het tegenovergestelde.

Angst verkoopt ook. Commerciële aanbieders weten dat maar al te goed. “Kom voor een total body peace of mind scan, voorkom nare verrassingen.” Het klinkt verstandig, bijna verantwoordelijk. Maar zoals we inmiddels hebben gezien, kan de verrassing juist van de scan zelf komen. De enige die in dit verdienmodel echt volledig gerustgesteld wordt, is waarschijnlijk de bankrekening van de kliniek.

De boodschap: wees zuinig op je gezondheid, óók bij preventie

Dit alles klinkt misschien als een pleidooi om dan maar weg te kijken en nooit meer iets te laten controleren. Dat is het niet. Het is een pleidooi voor wijsheid en voor maat houden.

Gezondheidszorg is geweldig als we die goed inzetten. Gericht, op het juiste moment, bij de juiste mensen. Dan redt het levens, verbetert het de kwaliteit van leven en neemt het terechte zorgen weg. Maar zodra we zorg gaan gebruiken als vangnet voor al onze vage angsten, schiet het zijn doel voorbij.

De kunst is om onderscheid te maken tussen zinvolle zorg en zinloze zorg. Tussen echte veiligheid en schijnveiligheid. Dat vraagt moed. De moed om soms niet in te grijpen. Om een zekere mate van onzekerheid te verdragen. Om te vertrouwen op wat je lichaam je vertelt, in plaats van op een allesomvattende scan “voor de zekerheid”.

Je lichaam is geen tikkende tijdbom waar op elk moment zonder enig signaal kanker uit kan ontstaan. De meeste ernstige ziekten geven vroeg of laat klachten, of we weten dat je een verhoogd risico hebt en kunnen daar gericht op controleren, zoals bij erfelijke aanleg of duidelijke risicofactoren als roken. Vertrouw er enigszins op dat geen nieuws vaak goed nieuws is, tot het tegendeel blijkt.

Natuurlijk zijn er tragische gevallen van mensen die ineens een zware diagnose krijgen zonder waarschuwing. Dat bestaat, en dat is vreselijk. Maar daar is helaas geen waterdichte preventie voor, ook niet met full body scans. Als het noodlot toeslaat, is dat vaak pure pech waar geen routine CT je voor had kunnen behoeden, of waar je zelfs bij vroege ontdekking niet aan was ontsnapt. Het leven laat zich nu eenmaal niet volledig controleren.

Zuinig zijn op je gezondheid betekent dus ook dat je jezelf beschermt tegen onnodige medische belasting. Tegen de verleiding om elk onzeker gevoel dicht te plakken met een test. Soms is het gezonder om juist niet te kijken, zolang er geen duidelijke aanleiding is. “Minder gezondheidszorg kan gezonder zijn,” zei ik eerder, en hopelijk is nu duidelijk waarom.

Uiteindelijk praat ik hier tegen jou als individuele lezer. Misschien iemand die twijfelt of zo’n scan een goed idee is. Misschien herken je jezelf in die twijfel, die angst, of dat verlangen naar zekerheid. Ik oordeel daar niet over. Dat gevoel is menselijk en begrijpelijk. Maar ik hoop wel duidelijk te maken dat die zekerheid soms een illusie is, en dat je jezelf met te veel willen weten juist schade kunt berokkenen.

Gun jezelf rust. Laat je niet gek maken door doemscenario’s. Vertrouw op gerichte zorg als die nodig is, en heb het lef om verder gewoon te leven. Je steekt je kop niet in het zand. Je behandelt je lichaam met respect door het niet onnodig door de medische molen te halen.

Met een klein beetje humor kun je zeggen: de enige die structureel beter wordt van al die overmatige scans is de verkoopafdeling van de scan kliniek. 

Gebruik de gezondheidszorg met gezond verstand. Laat je onderzoeken als daar een goede reden voor is. Volg de bewezen screenings die er zijn. Maar blijf weg van het alles in één gokken met je gezondheid pakket. Jouw lichaam is geen zoekmachine die je willekeurig moet debuggen. Het is meestal prima in staat om problemen kenbaar te maken. Luister daarnaar als het spreekt, en heb vrede met stilte als het stil is.

Wees dus niet blind voor de ironie. De preventieve full body scan kan je juist geven waar je voor probeert weg te rennen. Ziekte, zorgen, ellende. Laat je niet vangen door die paradox. Blijf kritisch. Heb de moed om een beetje onzekerheid te verdragen. En vertrouw op echte medische wijsheid in plaats van op marketing en angst.

Uiteindelijk bescherm je jezelf daar het beste mee. Misschien wel tegen 1,9 procent extra ellende. En minstens tegen een hoop slapeloze nachten over niets.

Kortom, kies bewust. Je leeft vaak gezonder en rustiger zonder die jaarlijkse stralingsdosis en zonder die eindeloze lijst aan valse alarmen.

Over Diederik

Diederik heeft een medisch-wetenschappelijke achtergrond. In zijn vrije tijd schrijft hij onder andere over gezondheidskwesties voor Human Nature.

Bronnen

Brenner, D. J., & Elliston, C. D. (2004). Estimated radiation risks potentially associated with full-body CT screening. Radiology, 232(3), 735-738.

Bagherzadeh, S., MirDerikvand, A., & MohammadSharifi, A. (2024). Evaluation of radiation dose and radiation-induced cancer risk associated with routine CT scan examinations. Radiation Physics and Chemistry, 217, 111521.

Welch, H. G., & Bergmark, R. (2024). Cancer screening, incidental detection, and overdiagnosis. Clinical Chemistry, 70(1), 179-189.

Albert, J. M. (2013). Radiation risk from CT: implications for cancer screening. American Journal of Roentgenology, 201(1), W81-W87.