SEH-artsen Sterven al op hun 59e

Ik schrok me rot toen ik vorige week een podcast hoorde over de levensduur van onze zorghelden, en in het bijzonder die van spoedeisende hulp artsen.

KORT ANTWOORD

Zij overlijden namelijk gemiddeld rond hun 59e levensjaar. Dat blijkt uit een grote studie die is gepubliceerd in de BMJ. Ik kon het in eerste instantie ook nauwelijks geloven, maar het klopt echt. En als je je er wat verder in verdiept, begint het helaas ook logisch te klinken.

Volgens de onderzoekers ligt dit vooral aan de extreem hoge werkdruk, onregelmatige diensten, chronisch slaaptekort en de constante blootstelling aan stress en trauma. Net als bij andere artsen is kanker de belangrijkste doodsoorzaak, maar opvallend is dat SEH-artsen vaker overlijden door ongelukken dan andere artsen.

Het wrange is dat artsen juist het goede voorbeeld zouden moeten geven als het om gezondheid gaat. Ze weten dondersgoed welke impact hun werk en levensstijl hebben. Ze volgen hun passie en doen ongelooflijk belangrijk werk voor de samenleving, maar het systeem laat nauwelijks ruimte voor herstel, rust of menselijkheid. Dat is misschien wel het meest schrijnende van alles.

Dus hebben artsen een lagere levensverwachting? Ja en nee, want dat hangt af van het specialisme. En daar ga ik je nu alles over vertellen.

Gestreste arts zit voorover met handen tegen zijn hoofd in een drukke spoedeisende hulp.

Welk type arts leeft het langst? 

Als er één beroepsgroep is die precies weet hoe je gezond oud wordt, zou je verwachten dat artsen dat zijn. 

Ze kennen de risicofactoren, ze weten wat stress met je lichaam doet en ze prediken preventie aan anderen. 

En toch blijkt uit grote cohorten en bevolkingsstudies dat artsen niet alleen verschillend oud worden, maar dat sommige specialisaties aanzienlijk langer leven dan andere. 

Maar als kennis alleen niet voldoende is om gezond te blijven, wat is dat dan wel? Leefstijl? Werkdruk? Genetica? Of simpelweg geluk? 

Het antwoord is een mix, maar de verschillen tussen specialismen zijn zo structureel dat je je begint af te vragen wat het werk met een mens doet.

Wanneer je naar levensverwachting binnen de medische wereld kijkt, valt een patroon op. 

Specialismen met hoge stress, hoge urgentie en onregelmatige werktijden hebben gemiddeld kortere levens. 

Denk aan spoedeisendehulpartsen, chirurgen en intensivisten. Specialismen met meer regelmaat, minder nachtdiensten en een lagere acute stressbelasting lijken langer te leven.

Weetje

Wist je dat Dr. Alla Ilyinichna Levushkina tot haar 92ste opereerde en meer dan 10.000 operaties uitvoerde?

Maar laten we dat niet bij een open deur laten. We gaan dieper.

De paradox van de dokter

Het beeld van de arts is vaak heroïsch. De man of vrouw in witte jas die levens redt, nachten doorhaalt, tijdens feestdagen werkt en op adrenaline vaart. 

Een beroep vol respect, maar ook vol verwachtingen. De samenleving klapt voor ze, maar klapt soms het hardst wanneer ze vallen. 

Terwijl iedereen moet slapen, eten en herstellen, lijkt bij artsen juist het tegenovergestelde te worden beloond. 

Hard werken wordt gezien als toewijding. Grenzen aangeven voelt als zwakte. Rust pakken is soms bijna een luxe. En die mentaliteit heeft een prijs.

Sommige specialismen worden meer beschermd tegen die realiteit. Niet omdat de artsen er minder toe doen, maar omdat het werk anders is ingericht.

En dat zie je terug in levensduurstatistieken.

Welke arts leeft gemiddeld het langst?

Wanneer je grote internationale studies naast elkaar legt, komt steeds dezelfde groep bovendrijven. 

Huisartsen en dermatologen blijken gemiddeld de hoogste levensverwachting te hebben. En dat is geen toeval. Huisartsen werken vaak dichter bij het normale ritme van het dagelijks leven. Natuurlijk hebben ook zij spoedgevallen, volle spreekuren en een overload aan administratie. Maar in vergelijking met specialismen waar elke fout levensbedreigend is en waar de adrenaline continu piekt, is de stressbelasting anders. Daarnaast zien huisartsen een breed spectrum aan patiënten, maar ze hoeven zelden zes uur achter elkaar in een operatiekamer te staan of nachtdiensten te draaien in een lawaaierige traumakamer. Hun werk past vaker in dagritmes die aansluiten bij het natuurlijke slaap– en herstelsysteem van het lichaam. Je zou bijna zeggen dat de huisarts midden in het leven staat in plaats van aan de rand ervan.

Dermatologen vallen om een andere reden op. Huidziekten zijn zelden acuut levensbedreigend en behandeltrajecten zijn doorgaans poliklinisch. De adrenalinepieken zijn laag, de verantwoordelijkheid groot maar beheersbaar en het soort handelingen dat verricht wordt is meestal gepland en niet spoedgedreven. De kans dat een dermatoloog midden in de nacht uit bed wordt gebeld omdat iemand anders letterlijk op sterven ligt, is klein. En dat telt. Een lichaam dat mag slapen, herstelt. Een brein zonder constante fight or flight modus verbrandt minder hard op de achtergrond.

Internationale data laten zelfs zien dat dermatologen gemiddeld tot de gezondste artsen behoren. 

Ze roken minder, bewegen vaak meer en nemen meer tijd voor preventieve zelfzorg.

De middenmoot en het grijze gebied

Tussen korte en lange levensduur zit een grote middengroep. Interne geneeskunde, cardiologie, orthopedie, gynaecologie, anesthesiologie. 

Specialismen waarin hoogspecialistische kennis nodig is, waarin verantwoordelijkheid groot blijft en waarin nachtdiensten normaal zijn, maar ook waarin roosters vaak beter gereguleerd zijn dan op een spoedeisende hulp.

Artsen in deze categorie leven gemiddeld korter dan dermatologen en huisartsen, maar langer dan traumachirurgen en spoedartsen. 

Het zijn vakgebieden waarin je slim met je energie moet omgaan. In de vroege carrièrejaren zijn de diensten zwaar en talrijk, maar later ontstaat er soms meer balans. 

En die balans lijkt cruciaal.

De kortste levensverwachting

Onderaan de lijst vinden we specialismen waarin urgentie het werk dicteert. Spoedeisendehulpartsen. Traumachirurgen. Neurochirurgen. Intensivisten. Artsen die de mens zien op zijn kwetsbaarst.

Het zijn de helden die op het scherpst van de snede werken. Hun werkdagen zijn gevuld met bloed, crisismeldingen en beslissingen die het verschil betekenen tussen leven en dood. Elke seconde telt. Adrenaline is geen uitzondering maar een permanente huisgenoot. Dat houdt niemand een leven lang probleemloos vol.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de mentale impact. Want elke arts weet rationeel dat je niet iedereen kunt redden. Maar het hart van een arts accepteert dat niet zo makkelijk. De constante confrontatie met trauma, dood en lijden slijt diepe groeven in de psyche. En waar is de ruimte om dat te verwerken? Vaak pas thuis, maar wanneer thuis wordt ingenomen door uitputting, blijft verwerking uit.

Waarom leeft de ene arts langer dan de andere?

Het antwoord is een samenspel van factoren.

Werkdruk speelt een grote rol. Niet alleen in uren, maar vooral in intensiteit. Een rustige dienst van tien uur is anders voor je lichaam dan tien uur waarin je hartslag nooit onder tachtig komt.

Slaap is de tweede pijler. Nachtdiensten verstoren het circadiane ritme. Een lichaam heeft ritme nodig. Hormonen zoals cortisol en melatonine weten zonder ritme niet meer wanneer ze moeten pieken of dalen. En dat tekort stapelt.

De derde factor is autonomie. Huisartsen beslissen veel zelf over werktijden en organisatie. Een SEH-arts werkt wanneer het ziekenhuis dat zegt, niet wanneer zijn lichaam dat vraagt.

Ook preventie speelt mee. Ironisch dat dokters preventie prediken maar vaak pas zelf naar de huisarts gaan als iets al mis is. Dermatologen screenen dagelijks de huid. Ze zien kanker bij anderen en herkennen het vroeg bij zichzelf.

Sociale ondersteuning is subtiel maar cruciaal. Een afwisselend leven met tijd voor gezin, sport en vrienden werkt als beschermlaag tegen burn-out.

En dan de olifant in de spreekkamer

De maatschappij verwacht dat artsen alles kunnen. Dat ze stoïcijns blijven. Dat ze hard werken. Dat ze altijd beschikbaar zijn. 

Maar een arts is een mens. Met een lichaam dat moe wordt. Met een geest die onder spanning kan breken.

Je zou zelfs kunnen stellen dat het systeem om de verkeerde kwaliteiten geeft. Niet aan empathie, rust en zelfzorg, maar aan uithouding, opoffering en overuren. 

De dokter die stopt omdat hij rust nodig heeft, wordt soms gezien als minder toegewijd. Terwijl precies die dokter waarschijnlijk het langst blijft leven.

Het is een pijnlijke paradox.

Wat kunnen artsen leren van hun langst levende collega’s?

Niet hoe je biopten afneemt of medicijnen doseert. Maar hoe je mens blijft in een systeem dat je dreigt op te vreten.

Er zijn een paar terugkerende lessen bij specialismen met een hoge levensduur: ze slapen regelmatiger, sporten meer, hebben buiten het werk een eigen identiteit, kunnen nee zeggen, structureren hun dagen en gaan naar huis wanneer hun werkdag voorbij is.

In vakgroepen waar artsen oud worden, lijkt rust geen taboe. Rust is onderdeel van de werkfilosofie. En misschien moeten we daar met z’n allen iets van leren. Niet alleen artsen, maar iedere professional met hoge verantwoordelijkheid.

De bredere vraag

Misschien moeten we niet alleen vragen welk type arts het langst leeft, maar waarom dat zo is. En wat we daarmee willen doen. 

We kunnen concluderen dat huisartsen en dermatologen gemiddeld ouder worden. Maar wat zegt dat over de waarde van een beroep? Niets.

Het zegt iets over belastbaarheid, ritme en menselijkheid in het werk. Het laat zien dat kennis niet gelijk staat aan gezondheid en dat gezond oud worden meer vraagt dan alleen intelligentie. Het vraagt om keuzes. Keuzes die niet altijd makkelijk zijn.

De chirurg die na tien uur opereren nog één patiënt aanpakt, omdat er niemand anders is. De intensivist die om drie uur ’s nachts blijft tot de familie van een patiënt gearriveerd is. 

De SEH-arts die zó in de adrenaline opgaat dat hij niet meer weet waar die eindigt en hijzelf begint. Dat zijn nobele daden, maar ze kunnen tegelijk ook levens inkorten.

Het ongemakkelijke antwoord

Welk type arts leeft het langst? Het is vaak de arts die grip heeft op zijn eigen leven. Degene met regelmaat, met minder nachtdiensten en genoeg ruimte om adem te halen. Statistisch gezien zijn dat vooral huisartsen en dermatologen. Maar misschien is het beter om te zeggen dat de langst levende arts de dokter is die niet alleen voor anderen zorgt, maar ook voor zichzelf. Dat klinkt bijna teleurstellend simpel, maar simpel is niet hetzelfde als makkelijk.

Want wat als je roeping in de acute geneeskunde ligt? Als je hart klopt voor trauma en spoed? Moet je dan accepteren dat je korter leeft? Nee. Je moet beseffen dat dit werk meer herstel vraagt en dat jouw leven een hogere zelfzorgbelasting heeft dan dat van bijvoorbeeld een dermatoloog. Dat is een vereiste voor overleving.

Stel je een medische wereld voor waarin rust geen excuus is, maar onderdeel van het protocol. Waar nachtdiensten eerlijk verdeeld worden en niet opstapelen. Waar psychologische ondersteuning standaard is en niet optioneel. Waar artsen niet alleen leren hoe een mens sterft, maar ook hoe een mens leeft. Zou de levensduur dan gelijker worden? Waarschijnlijk wel. Zou de zorg beter worden? Ongetwijfeld.

Want een uitgeruste arts luistert beter, denkt scherper en leeft langer. Dat is niet alleen winst voor de dokter, maar voor iedereen die ooit patiënt zal zijn. Dat wil zeggen iedereen.

Het eindbeeld

We begonnen met een simpele vraag: welk type arts leeft het langst? Maar misschien is de betere vraag hoe we zorgen dat iedere arts lang leeft. Niet alleen de dermatoloog of de huisarts, maar ook de arts op de spoed die ’s nachts levens redt terwijl de rest van de wereld slaapt.

Gezond oud worden in de geneeskunde vraagt geen wonderpil, maar systeemverandering. Het vraagt mentale hygiëne en de moed om grenzen te stellen in een wereld waarin grenzen vaak vervagen. Statistieken wijzen uit dat huisartsen en dermatologen het langst leven, maar achter die cijfers schuilt een grotere boodschap.

Een arts is eerst en vooral een mens. Een mens heeft rust nodig, slaap, herstel en verbinding. Wie dat bewaakt, leeft langer. Dokter of niet.

Hoe oud is een gemiddelde chirurg?

Chirurgen leven gemiddeld korter dan veel andere artsen, terwijl ze een medische kennisbank in hun hoofd dragen waar de meesten alleen maar van kunnen dromen.

Je zou verwachten dat ze gezonder, bewuster en ouder worden dan wie dan ook. En toch laten meerdere bevolkingsstudies zien dat de levensverwachting van chirurgen lager ligt dan die van bijvoorbeeld huisartsen en dermatologen. 

Het is geen dramatisch verschil, maar het is wel structureel en betekenisvol.

Gemiddeld wordt een chirurg rond de zeventig tot midden-zeventig jaar oud. Natuurlijk zijn er chirurgen die negentig worden en chirurgen die op hun vijftigste overlijden. Gemiddelden zeggen nooit iets over het individu, maar ze schetsen wel een patroon. En dat patroon vertelt een verhaal.

Waarom leeft een gemiddelde chirurg korter dan andere artsen?

Het antwoord is minder mysterieus dan het lijkt. Chirurgie is een vak dat je zowel fysiek als mentaal uitput. Lange operaties, hoge concentratie, urenlang staan zonder pauze en het soort verantwoordelijkheid dat letterlijk op het mespunt balanceert. Een fout in de snijrichting. Een bloeding die je over het hoofd ziet. Een instrument dat je twee seconden te laat aanreikt. Alles heeft consequenties. Dat soort druk laat sporen achter. Niet morgen, maar over dertig jaar.

Daar komt bij dat een chirurgisch leven zelden ritmisch begint. De opleiding is intensief en duurt lang. Nachtdiensten, spoedoperaties, weken die meer lijken op marathons dan werkweken. Menige chirurg vertelt dat je je twintiger- en dertigerjaren grotendeels binnen ziekenhuismuren doorbrengt. Terwijl anderen feesten, reizen of slapen, staat de chirurg met een koplamp in een OK, snijdend door huidlagen alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Dat is bewonderenswaardig, maar het lichaam houdt wel de score bij. Slaaptekort is geen onschuldige bijzaak, het is een aanval op je hart, je immuunsysteem en je hormoonhuishouding. Elk uur dat je niet slaapt, betaal je terug. Niet altijd meteen. Soms pas op je zestigste.

Stress als permanente achtergrondruis. 

Een chirurg werkt zelden met routinepatiënten. De meeste casussen zijn complex en elke operatietafel voelt als een podium waar falen geen optie is. Natuurlijk gaan duizenden operaties goed, maar het brein onthoudt juist die ene die misging. Het gezicht van die ene patiënt. De blik van die familie.

Stress hoeft niet te schreeuwen om schade te doen. Het kan fluisteren, als een zachte trilling die constant aanwezig is. Dat soort chronische belasting werkt als een lekkende batterij. Je merkt het pas wanneer je stilvalt.

Chirurgen leven korter, maar waarom voelt dat bijna logisch? 

Omdat statistieken laten zien dat beroepen met hoge urgentie, hoge verantwoordelijkheid en weinig herstel slechter scoren op levensduur. Spoedeisende artsen, intensivisten, traumachirurgen. Het zijn prachtige vakken, maar zwaar. Chirurgen bevinden zich in datzelfde spectrum: niet aan de uiterste rand, maar zeker niet in de lichte categorie.

En toch bepaalt werkdruk niet alles. Chirurgen hebben ook beschermende factoren. Ze kennen hun lichaam, herkennen ziekte eerder en verdienen goed genoeg om preventieve zorg, sport en gezonde voeding te betalen. Dat tilt hun levensverwachting iets omhoog vergeleken met intensieve beroepen buiten de zorg. Daarom sterven ze niet dramatisch vroeg. Ze halen vaak de zeventig of meer, alleen valt het verschil op wanneer je ze naast collega’s zet die vooral kantoorwerk doen.

De mens achter het mes

We zien chirurgen vaak als stoïcijnse figuren: degelijk, technisch, onverstoorbaar. Maar achter die rol zit een mens. Met spieren die verzuren, een rug die na jaren voorovergebogen werken begint te protesteren en een brein dat na talloze kritieke beslissingen net zo goed rust nodig heeft.

Het probleem is niet dat chirurgen ongezond leven, maar dat hun werk het moeilijk maakt om structureel gezond te leven. Hoe vaak sla je sport over omdat de OK uitloopt? Hoe vaak eet je snel iets tussendoor? Hoe vaak ligt je telefoon naast het bed omdat er een spoedoproep kan komen? Je slaapt wel, maar nooit helemaal diep. Er blijft altijd een deel van je systeem stand-by.

Dat stapelt zich op.

En toch houden ze ervan

Vraag een chirurg of het werk het waard is en de meesten zullen zonder twijfel ja zeggen. Want er zit ook iets magisch in snijden, herstellen en reconstrueren. Je maakt direct verschil. Soms zie je het resultaat dezelfde dag. Een tumor verwijderd. Een bloeding gestelpt. Een leven verlengd.

Dat geeft betekenis. En betekenis is óók gezondheid. Het verlengt niet altijd in jaren, maar wel in intensiteit. Misschien leeft een chirurg gemiddeld iets korter, maar misschien leeft hij wel bijzonder vol.

Wat kunnen chirurgen doen om ouder te worden?

Niet stoppen met opereren, niemand wil dat. De wereld heeft chirurgen nodig. Maar ze kunnen wél beter voor zichzelf zorgen. De arts die alleen geeft en nooit ontvangt, brandt op. En opbrandende handen trillen.

Er zijn eenvoudige acties met grote impact: slapen wanneer het kan, niet wanneer het mag. Regelmatig sporten, ook al is het kort. Ademhaling en stressreductie serieus nemen. Grenzen aangeven, zelfs als dat tegen de cultuur indruist. Eten met aandacht in plaats van op adrenaline.

Het klinkt bijna banaal, maar gezondheid ontstaat vaak uit kleine gewoontes die je consequent herhaalt. Niet uit één grote interventie, maar uit honderd kleine.

Het antwoord in één zin

Hoe oud wordt een gemiddelde chirurg? Meestal rond de zeventig tot midden-seventig. Iets korter dan sommige collega’s, maar zeker niet kort. Wat verklaart dat verschil? Geen gebrek aan kennis, maar een overvloed aan belasting.

Het echte inzicht zit niet in het getal, maar in de vraag erachter: hoeveel menselijkheid gunnen we de mensen die dagelijks levens redden?

Een duurzame medische wereld begint niet bij nieuwe machines, maar bij de gezondheid van de mensen die ermee werken. Een chirurg die langer leeft, is niet alleen winst voor zichzelf, maar voor iedere patiënt die later zijn handen nodig heeft.

Dus samengevat: Wat is de gemiddelde levensverwachting van artsen? Hebben artsen een lagere levensverwachting? Wat is de levensverwachting van een arts? 

Binnen de medische wereld bestaan grote verschillen tussen specialismen. Je kunt niet eenvoudig zeggen hoe oud de arts wordt, omdat het ene vakgebied substantieel langer leeft dan het andere.

Gemiddeld ligt de levensverwachting van artsen grofweg tussen de midden zeventig en begin tachtig jaar. Veel onderzoeken tonen aan dat artsen ongeveer dezelfde levensduur hebben als de algemene bevolking in ontwikkelde landen, soms iets hoger doordat ze minder roken, preventiever controleren en sneller medische hulp zoeken. Alleen vreet stress en werkdruk een deel van dat voordeel soms weer op.

De nuance zit in het soort werk dat een arts doet. Een dermatoloog of huisarts werkt meestal overdag, met geplande consulten en weinig acute calamiteiten. Dat geeft ritme, slaap en herstel. En herstel verlengt levens. Niet als slogan, maar biologisch aantoonbaar. Het lichaam draait op cycli. Wie die cycli respecteert, leeft langer. Daarom scoren huisartsen en dermatologen statistisch het hoogst qua levensduur.

Aan de andere kant zijn er vakgebieden waar stress geen bezoeker maar vaste huisgenoot is. Spoedeisendehulpartsen, intensivisten en traumachirurgen werken in een wereld waarin nachtdiensten normaal zijn en adrenaline soms de enige brandstof lijkt. Ze opereren in scenario’s waarin seconden tellen, families wachten en beslissingen zwaar wegen. Dat soort spanning is geen incident maar een leefstijl. Het lichaam kun je niet permanent in een fight-or-flightstand houden zonder tol te betalen. In deze groepen ligt de gemiddelde levensverwachting merkbaar lager dan bij de rustigere specialismen.

Betekent dat dat artsen als geheel korter leven? Nee. Sommige artsen hebben zelfs een iets hogere levensverwachting dan de gemiddelde bevolking, anderen zitten eronder. Het hangt af van werkritme, stress, nachtdiensten, herstel, leefstijl en de mate waarin een arts nog mens mag zijn naast zijn functie.

Dus wat is de levensverwachting van een arts? Ruwweg tussen de 75 en 82 jaar, met uitschieters naar boven en beneden afhankelijk van specialisme en werkbelasting. De huisarts die na zijn spreekuur gaat sporten, goed slaapt en zijn avonden thuis doorbrengt, heeft statistisch meer gezonde levensjaren dan de chirurg die drie nachten per week op de OK staat. Niet omdat hij slimmer is, maar omdat zijn lichaam minder hoeft te vechten.

De conclusie is helder: kennis redt levens, maar levensduur wordt bepaald door herstel. De arts die zijn eigen gezondheid net zo serieus neemt als die van zijn patiënt, leeft het langst. Dat is geen mysterie, maar biologie.

Over Diederik

Diederik heeft een medisch-wetenschappelijke achtergrond. In zijn vrije tijd schrijft hij onder andere over gezondheidskwesties voor Human Nature.

Bronnen

Brayne, A. B., Brayne, R. P., & Fowler, A. J. (2021). Medical specialties and life expectancy: An analysis of doctors’ obituaries 1997–2019. Lifestyle Medicine, 2(1), e23.

Patel, V. R., Liu, M., Worsham, C. M., Stanford, F. C., Ganguli, I., & Jena, A. B. (2025). Mortality among US physicians and other health care workers. JAMA Internal Medicine, 185(5), 563-571.

Goodman, L. J. (1975). The longevity and mortality of American physicians, 1969-1973. The Milbank Memorial Fund Quarterly. Health and Society, 353-375.

Havelková, T., & Šídlo, L. (2025). Working life expectancy of physicians: the case of primary care physicians in Czechia. Human Resources for Health, 23(1), 9.