Artsen hebben geen magische weerstand, geen geheime vitamine X en zeker geen onzichtbaar schild dat bacteriën wegduwt.
Toch weten artsen zich doorgaans goed staande te houden, en dat komt door vier belangrijke factoren. Dus hoe blijven artsen gezond terwijl ze in de buurt van zieke mensen zijn?
KORT ANTWOORD
Door de constante blootstelling bouwen zorgmedewerkers na verloop van tijd een brede immuniteit op tegen veelvoorkomende ziekteverwekkers.
Het gaat hier dus om veel korte blootstellingen en relatief weinig virusdeeltjes, bijvoorbeeld door kort contact met patiënten en goede ventilatie in ziekenhuizen, waar ik zo uitgebreider op terugkom.
Maar, en dit is een grote maar: door stress, vermoeidheid en lange diensten kan de afweer van zorgverleners juist verzwakken, waardoor ze soms vatbaarder worden. Onderzoek laat zelfs zien dat bijna de helft van de huisartsen ooit een burn-out heeft gehad. Dan kun je je afvragen hoe sterk die immuniteit op zulke momenten nog echt is.
Kortom, hun afweer is goed getraind, maar kan wel degelijk verzwakken. Handig om in je achterhoofd te houden voor een compleet beeld.
Gelukkig voorkomen artsen met goede hygiënemaatregelen dat hun weerstand steeds op de proef wordt gesteld. Ze wassen hun handen zorgvuldig volgens vaste protocollen, gebruiken handschoenen wanneer dat nodig is, dragen geen sieraden waar vuil achter kan blijven, werken in schone kleding en houden werk en thuis duidelijk gescheiden.
Ziekenhuizen zijn bovendien zo ingericht dat besmetting zo moeilijk mogelijk wordt. Denk aan goede ventilatie die ik net benoemde, aan grondige schoonmaakrondes en aan speciale kamers wanneer dat nodig is. Ook vaccinaties tegen bijvoorbeeld griep en hepatitis B horen daar bij.
En tot slot friemelen artsen veel minder aan hun eigen ogen, neus en mond. Ze reinigen stethoscopen, telefoons en materialen zonder erbij na te denken.
Maar laten we niet doen alsof ziekenhuizen heilige tempels zijn waar altijd perfect volgens protocol wordt gewerkt. De realiteit is dat artsen niet altijd zo scherp en verantwoordelijk zijn als we hopen. Dat wordt nu pijnlijk duidelijk.
80–90% van de artsen met Griep werken gewoon door.
Wist je dat 50% van de artsen met griep gewoon doorwerkt? Terwijl griep bij kwetsbare ouderen ieder jaar ongeveer 4.700 levens kost (RIVM) en wereldwijd tussen de 290.000 en 650.000 doden veroorzaakt (WHO).
Zo liet een anonieme vragenlijst onder 150 arts-assistenten zien dat ongeveer de helft van hen minstens één keer per jaar gewoon doorwerkt met griepachtige klachten.
En volgens een andere studie werkt 80–90% van de artsen weleens door tijdens ziekte, terwijl dat in andere beroepen slechts 30–70% is.
En dat sluit aan bij wat ik zelf hoorde van artsen die grieperig opstonden, moesten overgeven en tóch gingen werken. Niet uit heldhaftigheid, maar omdat de werkcultuur ziek melden bijna onmogelijk maakt. Als je met twee artsen een afdeling runt en één uitvalt, draait de ander ineens dubbele diensten. Dus spoelden ze hun mond, trokken de witte jas aan en werkten een volledige dag alsof er niets aan de hand was, terwijl ze daarmee patiënten in gevaar brachten.
En de medische wereld weet dit. Maar doet gewoon haar ogen dicht.
Weetje
Wist je dat een arts met milde klachten vaak méér mensen besmet dan een ernstig zieke patiënt? Niet omdat hij zieker is, maar omdat hij blijft functioneren. Hij loopt afdelingen door, ziet tientallen patiënten, raakt alles aan en praat met collega’s. De ernstig zieke patiënt ligt in bed en besmet niemand behalve misschien zijn kussen.
Je vraagt je nu misschien af: als iedereen, inclusief de artsen zelf, weet dat zieke dokters een risico vormen, waarom verandert er dan niets?
Waarom melden artsen zich niet gewoon ziek, zoals ze hun patiënten zouden aanraden? Het eerlijke antwoord is een mix van plichtsbesef, druk en een vleugje ontkenning.
Uit enquêtes blijkt dat vrijwel elke arts erkent dat ziek doorwerken patiënten in gevaar brengt. 95 procent geeft toe dat het risicovol is, en toch verschijnt 83 procent minstens één keer per jaar ziek op het werk. Waarom? Zoals ik net al zei, noemt meer dan 98 procent van de artsen het gevoel collega’s niet te kunnen laten vallen als belangrijkste reden om toch te komen. Ruim 90 procent zegt zich zorgen te maken over onderbezetting en de continuïteit van zorg.
Daarnaast speelt peer pressure een grote rol. Er heerst een onuitgesproken cultuur waarin een ziekmelding voelt als falen. Bijna twee derde van de artsen, 64 procent, is bang voor negatieve reacties of om als zwak gezien te worden als ze thuisblijven. Artsen vertellen verhalen over collega’s die denigrerend doen over iemand die zich ziek meldt, of over zelf doorwerken terwijl ze aan een infuus lagen om op de been te blijven. Het heersende motto is al te vaak: wij dokters zeuren niet, we zetten door. Die mythe van de onvermoeibare, altijd gezonde dokter hangt als een donderwolk boven de beroepsgroep.
En zeg nou zelf, jij hebt vast ook weleens bewondering of verbijstering gehad voor die huisarts die “nooit ziek” lijkt te zijn. Het probleem is alleen: die huisarts is wel eens ziek. Hij laat het alleen niet merken.
Is dat dan niet gevaarlijk, zo’n zieke arts aan je bed? Helaas wel. Een arts die met besmettelijke griep of een andere infectie toch patiënten ziet, kan het virus direct doorgeven aan kwetsbare mensen. De medische literatuur beschrijft talloze uitbraken in ziekenhuizen die begonnen bij een zieke zorgverlener die gewoon was komen werken. Denk aan griep die via een hoestende arts een hele afdeling besmet, of een verpleegkundige met buikgriep die onbedoeld meerdere patiënten aansteekt. Influenza, kinkhoest en het zeer besmettelijke norovirus zijn allemaal terug te voeren op zorgpersoneel dat ziek aan het werk bleef. Dit is geen theoretisch wat als scenario. Dit gebeurt echt.
En laten we ook niet vergeten dat een zieke arts simpelweg niet op zijn scherpst is.
Hoe alert ben jij als je koorts hebt of de nacht ervoor hebt liggen hoesten? Precies. Voor een arts die ziek doorwerkt geldt hetzelfde. De kans op fouten neemt toe. Studies laten zien dat werken tijdens ziekte leidt tot meer medische fouten, productiviteitsverlies en minder empathie voor patiënten. Een arts die zich ellendig voelt, zal minder geduldig luisteren en kan sneller iets over het hoofd zien.
Daar komt bij dat hij of zij het eigen herstel uitstelt. Door niet goed uit te zieken duurt het uiteindelijk langer voordat een arts weer echt topfit is. Sterker nog, structureel ziek doorwerken vergroot de kans op langdurige uitval later en zelfs op ernstige gezondheidsproblemen, zoals hartklachten. Met andere woorden: door kortetermijnbelangen, collega’s en patiënten nu niet teleurstellen, te laten prevaleren, betalen zowel de patiëntenzorg als de arts zelf op de lange termijn de prijs.
“Oké,” denk je nu misschien, “maar wat moeten ze dan? De wachtkamers zitten vol en op de IC is elke hand nodig. Liever een half zieke arts dan geen arts, toch?” Die gedachte is begrijpelijk. Artsen voelen dat zelf ook zo. Beter even op de tanden bijten dan dat patiënten onnodig moeten wachten of collega’s dubbele diensten moeten draaien. Maar dit is een gevaarlijke valkuil.
Door steeds maar door te buffelen lossen we het echte probleem niet op: structurele onderbezetting en een cultuur waarin kwetsbaarheid taboe is. Vandaag vangt die zieke arts misschien de klap op, maar morgen kan die klap dubbel zo hard terugkomen, in de vorm van meer zieken of een uitgebluste arts. Vergelijk het met autorijden. Je kunt best een keer door een mistige nacht rijden als het moet, maar als iedereen structureel zonder verlichting door de mist raast, zijn ongelukken onvermijdelijk. In de zorg zijn die ongelukken infecties, medische fouten en burn-outs.
De kern is dat er een systeemverandering nodig is, geen individuele heldendaad. Experts pleiten ervoor om de cultuur te veranderen. Ziekmelden moet niet worden gezien als zwakte, maar als verantwoord handelen in het belang van patiëntveiligheid. Er moeten veilige en rechtvaardige regelingen komen voor ziekteverlof, zodat niemand het gevoel heeft collega’s of patiënten te laten vallen door thuis te blijven. Ook is er een duidelijke richtlijn nodig vanuit ziekenhuishygiëne en arbodiensten: wanneer ben je te ziek om te werken?
Nu blijven veel artsen bij twijfel door modderen, simpelweg omdat niemand die grens helder heeft getrokken. Dat is eigenlijk vreemd. Voor infecties bij patiënten bestaan strikte richtlijnen, maar voor een zieke arts die zelf een besmettingsbron kan zijn, heerst vooral een code van stilte.
Gelukkig begint het besef langzaam door te dringen.
Sommige ziekenhuizen proberen actief het stigma te doorbreken, bijvoorbeeld door tijdens de coronapandemie expliciet te zeggen: blijf thuis bij klachten, hoe dun de bezetting ook wordt. Over corona gesproken, heeft die pandemie eigenlijk iets veranderd aan dit fenomeen? Het antwoord is ja en nee.
In het begin van COVID-19 zagen we een ongekende toewijding van zorgpersoneel, maar ook veel tragiek. Wereldwijd zijn naar schatting 115.000 zorgmedewerkers in de eerste zestien maanden van de pandemie overleden aan COVID-19. Dat getal is huiveringwekkend en laat zien dat zelfs de meest ervaren arts geen partij is voor een nieuw en gevaarlijk virus wanneer bescherming tekortschiet. De pandemie heeft de medische wereld wel wakker geschud op het gebied van infectiepreventie. Mondkapjes, strikte isolatie en routinematige testprocedures werden ineens de norm. Veel artsen die vroeger met een zogenaamd onschuldige verkoudheid nog gingen werken, durfden dat tijdens corona niet meer, en terecht. Het risico was simpelweg te groot.
Tegelijkertijd heeft diezelfde pandemie de werkdruk zo extreem opgevoerd dat op sommige plekken, ironisch genoeg, zieke zorgverleners juist vaker bleven doorwerken bij gebrek aan vervanging. Na corona is de aandacht voor hygiëne groter dan voorheen. Je ziet zorgverleners nu bijvoorbeeld sneller een mondmasker dragen als ze hoesten. Maar de fundamentele cultuur van “de patiënt gaat voor, ik stel me niet aan” is niet van de ene op de andere dag verdwenen.
Uiteindelijk komt het hierop neer: artsen blijven gezond door kennis, ervaring en voorzorg, maar ze lijken ook vaak gezond doordat ze hun eigen ziektes verbergen. Ze bouwen immuniteit op door hun vele contacten en houden ziektekiemen grotendeels buiten de deur met strikte hygiëne, voor zover ze die naleven. Ze werken in een omgeving die zo veilig mogelijk is ontworpen en laten weinig aan toeval over, van vaccinaties tot het vermijden van onnodig contact met hun gezicht. Maar ze zijn menselijk. Ze worden wel degelijk ziek. En als dat gebeurt, handelen ze niet altijd volgens hun eigen richtlijnen.
Herken jij jezelf hierin? Misschien ben je geen arts, maar ga je ook weleens halfziek naar je werk omdat het anders zo’n gedoe is, of omdat je denkt onmisbaar te zijn. Die ene keer lijkt misschien onschuldig. Maar stel je voor dat jouw kind griepvrij blijft doordat een juf zich ziek meldt, terwijl jouw kwetsbare vader juist griep krijgt van een zieke dokter. Dan voelt het ineens een stuk minder onschuldig.
De les die we van artsen kunnen leren is dus tweeledig.
Ja, leef gezond, houd je weerstand op peil, was je handen en neem maatregelen om niet ziek te worden. Daarin doen artsen veel goed. Maar leer ook van wat artsen niet goed doen. Overschrijd je eigen grenzen niet uit misplaatst plichtsgevoel. Durf pauze te nemen wanneer je lichaam daarom vraagt. Een zieke dokter die toch doorwerkt is geen held, maar een risico. En eerlijk gezegd geldt dat voor iedere zieke werknemer, in welk beroep dan ook.
Tot slot spreek ik je even direct aan, als lezer die zichzelf misschien herkent in dit verhaal. We bewonderen artsen om hun toewijding, en terecht. Maar we moeten stoppen met het idealiseren van artsen als onverwoestbaar. De mythe van de altijd gezonde dokter, de arts die nooit ziek is en altijd doorbuffelt, is schadelijk. Voor hen, en voor ons. Artsen zijn mensen. Mensen met bijzondere expertise, ja, en misschien een iets beter getrainde weerstand, maar ook mensen van vlees en bloed. Mensen die fouten maken als ze moe zijn, die virussen meedragen als ze verkouden zijn, die het simpelweg niet meer trekken na drie nachtdiensten en twee paracetamol.
Dus hoe blijven artsen gezond terwijl ze in de buurt van zieke mensen zijn?
Omdat ze weten hoe ziektekiemen werken en hoe ze zich moeten beschermen, meestal dan. Maar ook omdat wij van hen verwachten dat ze altijd klaarstaan, ongeacht hun eigen toestand. Het wonder is eigenlijk niet dat artsen zo weinig ziek zijn. Het wonder is dat ze het onder deze omstandigheden nog zo goed volhouden. Misschien is het tijd om dat wonder iets minder van ze te vragen. Zodat ze echt gezond blijven, en niet alleen gezond lijken.
Als dit verhaal je aan het denken heeft gezet, dan kun je me hier steunen. En wil je hier nog dieper op ingaan, dan heb ik er ook een video over gemaakt op mijn YouTube-kanaal.
Over Diederik
Bronnen
Jena, A. B., Meltzer, D. O., Press, V. G., & Arora, V. M. (2012). Why physicians work when sick. Archives of internal medicine, 172(14), 1107-1108.
Sendén, M. G., Løvseth, L., Schenck-Gustafsson, K., & Fridner, A. (2013). What makes physicians go to work while sick: a comparative study of sickness presenteeism in four European countries (HOUPE). Swiss Medical Weekly, 143(3334), w13840-w13840.
Widera, E., Chang, A., & Chen, H. L. (2010). Presenteeism: a public health hazard. Journal of general internal medicine, 25(11), 1244-1247.