Waarom Sommigen Niet Tegen Eetgeluiden Kunnen

Tijdens het eten kan er nogal wat ergernis optreden. Etende, kauwende en slurpende geluiden kunnen mensen tot razernij brengen. 

Maar hoe komt dat? Waarom kan je niet tegen eetgeluiden?

KORT ANTWOORD

Als je niet tegen eetgeluiden kan, is er mogelijk sprake van misofonie. Hierbij kunnen geluiden uit de mond zoals eten en kauwen fysiologische en emotionele reacties uitlokken. Eetgeluiden kunnen agitatie, ergernis en zelfs angst triggeren. Het kan tekenen van stress zoals de hartslag en transpiratie verhogen. Sommige mensen kunnen niet eens tegen het ademhalen van anderen. Volgens een onderzoek in the Journal of Clinical Psychology kan maar liefst 20% mensen er last van hebben. 

Dit artikel vertelt je meer over misofonie, de symptomen, oorzaken en behandeling.

man eet gulzig

Misofonie, de eetgeluiden stoornis

Schreeuwende mensen en huilende baby’s zijn universeel storende geluiden. Echter, bij misofonie storen mensen zich aan geluiden die normaal gesproken niet als storend worden beschouwd.

Gewone geluiden zoals geeuwen, ademhalen of kauwen waar de meeste mensen geen aandacht aan besteden kunnen mensen met misofonie emotioneel raken. Eetgeluiden kunnen zelfs woede en een vecht-of-vluchtreactie uitlokken. 

Omdat je niet tegen het geluid van kauwende mensen kan, ga je in extreme gevallen zelfs restaurants vermijden.

De term misofonie werd in 2000 voor het eerst gebruikt. 

Wat is misofonie 

Wanneer bepaalde geluiden reacties uitlokken kan er sprake zijn van misofonie. Dit is een stoornis waarbij de geluiden zowel fysiologische als emotionele reacties kunnen uitlokken. 

Mensen met misofonie kunnen de geluiden als onredelijk beschouwen. Veel voorkomende triggers zijn geluiden uit de mond zoals eten, kauwen of zelfs ademhalen.  

De volgende specifieke geluiden kunnen ergernis, agitatie en angst triggeren:

  1. klikken: herhaaldelijk klikkende balpen
  2. typen
  3. tikken
  4. kauwen
  5. slikken
  6. ademhalen
  7. tikken met de voet

In de meeste gevallen verschijnt misofonie rond de leeftijd van 12 jaar.

Misofonie ontwikkelt zich niet in associatie met andere aandoeningen. Het wordt ook wel een primaire stoornis genoemd.

Hoe ontstaat misofonie 

Wetenschappers hebben ontdekt dat misofonie met de hersenen te maken heeft. Er zijn verschillen aangetoond in de hersenstructuur van mensen met misofonie waardoor het anders functioneert. 

Mensen met misofonie kunnen de verspreiding van die specifieke geluiden in de hersenen niet goed onder controle houden. 

Hierdoor verspreidt het zich naar de hersendelen die met de vecht-of-vluchtreacties in verband gebracht worden. Als gevolg krijgen de mensen na het horen van eetgeluiden last van de vervelende gevoelens.

Is misofonie erg?

Het niet kunnen verdragen van eetgeluiden lijkt in eerste instantie erg onschuldig. Echter, misofonie kan de geestelijke gezondheid in gevaar brengen.

Het kan namelijk het socialiseren en het functioneren aantasten. Kortom, misofonie is een echte stoornis. Misofonie kan belangrijke levensactiviteiten aanzienlijk beperken. 

Mensen mensen misofonie kunnen zelfs boos worden als hun echtgenoot dichtbij ademhaalt.

Door het vermijden van alle triggergeluiden kunnen sommigen in een isolement terechtkomen.

Misofonie en depressie 

Uit twee steekproeven van 52 en 50 mensen met misofonie bleek dat 9,61% – 22% ook met depressie was gediagnosticeerd. 

Er werd een positief verband gevonden tussen de ernst van de misofoniesymptomen en depressie.

Verschil in hersenactiviteit 

Een bepaald hersendeel was onder de mensen met misofonie veel actiever. Er werd bij de fMRI-scans een verhoogde hersenactiviteit gevonden bij de anterieure insulaire cortex (AIC).

Deze hersendelen zijn verantwoordelijk voor onder andere angst en andere emoties. Het is dus niet gek dat mensen met misofonie op gewone geluiden emotioneel kunnen reageren. 

Bovendien zat er meer myeline rondom de zenuwcellen. Myeline is de vettige substantie die voor elektrische isolatie zorgt. Uit toekomstig onderzoek moet nog blijken of dit extra myeline een rol speelt of veroorzaakt wordt door de misofonie.

Behandeling van misofonie

In Amerika zijn er al misofonieklinieken opgezet. Er is gelukkig ook goed nieuws. Auditieve afleiding en cognitieve gedragstherapie blijken goed te werken. Met behulp van een koptelefoon of witte ruis kunnen mensen met geluiden afgeleid worden. 

Onderzoek naar misofonie is beperkt

Het is niet duidelijk hoe vaak het precies voorkomt omdat er nog maar weinig over bekend is.

Vaak is er sprake van schaamte en krijgen zorgverleners het niet altijd te horen. Bovendien zijn veel zorgverleners niet bekend met misofonie. 

Kortom, er is meer aandacht en onderzoek nodig voor deze aandoeningen. 

Take home message 

Niet tegen eetgeluiden kunnen is veelgehoorde klacht. Het kan erg irritant zijn als iemand naast je smakt en geen rekening houdt met anderen. 

Echter, als geluiden die andere mensen niet opmerken jouw boos maken, zou het goed kunnen dat je misofonie hebt. 

Meer mensen hebben hier last van dan we ons realiseren. Volgens een onderzoek zou maar liefst 20% van de bevolking er last van kunnen hebben. 

Misofonie kan het functioneren, het socialerieren en uiteindelijk de geestelijke gezondheid aantasten. 

Misofonie is dus een echte aandoening die de kwaliteit van leven kan verminderen. Er zal meer tijd en aandacht aan besteedt moeten worden.

Over Diederik

Diederik heeft een medisch-wetenschappelijke achtergrond. In zijn vrije tijd schrijft hij over gezondheidskwesties.

Bronnen

Cavanna, A. E., & Seri, S. (2015). Misophonia: current perspectives. Neuropsychiatric disease and treatment, 11, 2117.

Kumar, S., Tansley-Hancock, O., Sedley, W., Winston, J. S., Callaghan, M. F., Allen, M., … & Griffiths, T. D. (2017). The brain basis for misophonia. Current Biology, 27(4), 527-533.

Rouw, R., & Erfanian, M. (2018). A large‐scale study of misophonia. Journal of clinical psychology, 74(3), 453-479.

Potgieter, I., MacDonald, C., Partridge, L., Cima, R., Sheldrake, J., & Hoare, D. J. (2019). Misophonia: A scoping review of research. Journal of clinical psychology, 75(7), 1203-1218.