Verschil Herseninfarct en Hersenbloeding

Herseninfarct en hersenbloeding staan ook wel bekend als een beroerte. Maar wat is dan het verschil tussen herseninfarct en hersenbloeding?

KORT ANTWOORD

Bij een herseninfarct is er een stolsel in de hersenslagader vast komen te zitten terwijl er bij een hersenbloeding een verzwakt bloedvat gescheurd is. Een herseninfarct komt vaker voor dan een hersenbloeding. In 8 van de 10 gevallen wordt een beroerte namelijk veroorzaakt door een herseninfarct. Bij een herseninfarct blokkeert het bloedstolsel de hersenvoeding terwijl er bij een hersenbloeding het bloed door een scheur wegvloeit en niet bij het hersenweefsel aankomt. In beide gevallen krijgt het hersenweefsel onvoldoende zuurstofrijk bloed en sterft het af. 

Dit artikel vertelt je wat meer over een herseninfarct en hersenbloeding.

Hersenen brein

Wat is een herseninfarct?

Bij een herseninfarct is er een bloedstolsel vast komen te zitten in een van je hersenslagaders. Het bloedstolsel belemmert de doorbloeding waardoor er hersenweefsel afsterft.

Dit stolsel ontstaat wanneer er plaque van de bloedvatwand loskomt. Plaque bestaat uit vetafzettingen. Een bloedstolsel kan ook ontstaan door een irregulair hartritme.

Verderop in de hersenen loopt dit stolsel vervolgens dus vast.

Een herseninfarct wordt ook wel eenherseninfarct hersenen infarct ischemische (zuurstoftekort) beroerte genoemd. Door deze bloedvat blokkade sterft er dus weefsel af.

Een beroerte wordt in 8 op de 10 gevallen veroorzaakt door een herseninfarct.

Er zijn twee soorten herseninfarcten. Een stolsel kan zich namelijk op verschillende plekken vormen.

  1. Trombotische vorm: bloedklonter vormt zich in een hersenslagader
  2. Embolische vorm: een bloedklonter vormt zich ergens anders in het lichaam, bijvoorbeeld in de hals of het hart

Wat is een hersenbloeding?

Bij een hersenbloeding is er sprake van een gescheurd bloedvat. Een verzwakt bloedvat kan lekken of is gebarsten. 

Het bloed komt dus op plekken waar het normaal niet zou zijn. Hierdoor krijgt je hersenweefsel onvoldoende bloed en sterft het af.

Door de bloeding en het zuurstoftekort kunnen de hersenen dus niet meer normaal functioneren.

Een hersenbloeding wordt ook wel een hemorragische beroerte genoemd. Hoewel een hersenbloeding minder vaak voorkomt dan een herseninfarct kan het wel ernstiger zijn.

Risicofactoren hersenbloeding:

  1. oudere leeftijd
  2. ongecontroleerde hoge bloeddruk
  3. te veel bloedverdunners
  4. overmatig alcoholgebruikhersenbloeding hersenen
  5. genetische aandoening van de bloedvaten (arterioveneuze malformaties AVM)

een ongecontroleerde hoge bloeddruk is de meest voorkomende oorzaak van een hersenbloeding. Dit is niet zo gek.

Door deze hoge bloeddruk komen de slagaders onder extra druk te staan waardoor ze uiteindelijk kunnen breken.

Twee soorten verzwakte bloedvaten veroorzaken veel hersenbloedingen, namelijk aneurysma’s en arterioveneuze malformaties (AVM’s).

Wat is dan een beroerte?

Wanneer de bloedstroom naar de hersenen onderbroken is wordt er gesproken van een beroerte. Zonder zuurstof zal het hersenweefsel binnen minuten af gaan sterven.

Zowel een herseninfarct als een hersenbloeding vallen dus onder beroerte. Maar er is nog een soort.

Drie soorten beroertes:

  1. TIA (voorbijgaande ischemische aanval)
  2. herseninfarct (ischemische beroerte)
  3. hersenbloeding (hemorragische beroerte)

Bij een TIA is de doorbloeding tijdelijk onderbroken en zal het dus voorbijgaan. In tegenstelling tot de herseninfarct en hersenbloeding treedt hier dus geen weefselschade op. Een TIA wordt ook wel een miniberoerte genoemd.

Een TIA ontstaat door plaque in de bloedvaten. Deze plaque is dus nog niet losgeschoten, anders zou het een herseninfarct kunnen worden.

Risicofactoren beroerte:

  1. hartziekte
  2. hoge bloeddruk
  3. rokenbloedtest
  4. suikerziekte
  5. overgewicht
  6. hoog cholesterolgehalte 
  7. een geschiedenis met TIA’s
  8. te weinig lichaamsbeweging
  9. hoog lipidengehalte
  10. overmatig alcoholgebruik
  11. abnormaal hartritme
  12. orale anticonceptiemiddelen
  13. illegale drugs
  14. grote hoeveelheid rode bloedcellen
  15. structurele hartafwijkingen
Weetje

Wist je dat voor elke decennium na je 55e levensjaar, de kans op een beroerte verdubbelt?

Take home message

Herseninfarct en hersenbloeding worden nog wel eens door elkaar gehaald. Dit is niet zo gek want ze vallen allebei onder de term beroerte waarbij hersenweefsel afsterft. 

Dus wat is het verschil tussen herseninfarct en hersenbloeding?

Bij een herseninfarct is er door een bloedstolsel de hersendoorbloeding verstopt geraakt terwijl bij een hersenbloeding het hersenbloedvat is gescheurd.

Wanneer een slagader geblokkeerd is kan het bloed niet meer alle hersendelen bereiken. Afhankelijk waar de blokkade precies is sterft er hersenweefsel af.

Bij een hersenbloeding kan een opgeblazen hersenbloedvat barsten of kan een verzwakt bloedvat gaan lekken.

Kortom, een herseninfarct wordt veroorzaakt door een stolsel en een hersenbloeding door een gescheurd bloedvat.

Over Diederik

Diederik heeft een medisch-wetenschappelijke achtergrond. In zijn vrije tijd schrijft hij over gezondheidskwesties.

Bronnen

Tanaka, H., Ueda, Y., Hayashi, M., Date, C., Baba, T., Yamashita, H., … & Detels, R. O. G. E. R. (1982). Risk factors for cerebral hemorrhage and cerebral infarction in a Japanese rural community. Stroke, 13(1), 62-73.

Zia, E., Hedblad, B., Pessah-Rasmussen, H., Berglund, G., Janzon, L., & Engström, G. (2007). Blood pressure in relation to the incidence of cerebral infarction and intracerebral hemorrhage: hypertensive hemorrhage: debated nomenclature is still relevant. Stroke, 38(10), 2681-2685.

Saver, J. L. (2008). Proposal for a universal definition of cerebral infarction. Stroke, 39(11), 3110-3115.

Thrift, A. G., McNeil, J. J., Forbes, A., & Donnan, G. A. (1996). Risk factors for cerebral hemorrhage in the era of well-controlled hypertension. Stroke, 27(11), 2020-2025.

Boehme, A. K., Esenwa, C., & Elkind, M. S. (2017). Stroke risk factors, genetics, and prevention. Circulation research, 120(3), 472-495.