Zijn‌ ‌Gluten‌ ‌Slecht‌ ‌voor‌ ‌je‌ ‌Darmen?‌ ‌
vrouw maagpijn door wit brood

Hoewel over de hele wereld gluten worden gegeten, zal niet iedereen coeliakie (glutenovergevoeligheid) krijgen. Wat is de verklaring hiervoor? 

Onderzoekers zijn tot een interessante ontdekking gekomen. De darmflora heeft een grote invloed op iemands reactie op gluten en op het wel of niet ontwikkelen van coeliakie. 

Wellicht heb je ergens gelezen over darmflora en vraag je je nu af of je darmflora invloed heeft op je reactie op gluten. Kortom, wat is de relatie tussen darmflora en gluten?

Darmbacteriën kunnen immuuncellen activeren en overgevoeligheid veroorzaken. Dit tast het dunne darmslijmvlies aan, leidend tot coeliakie symptomen. Een gezonde darmflora verlaagt de kans op glutenovergevoeligheid, omdat er minder ontstekingen en auto-immuniteit plaatsvindt. Daarnaast bevat de darmflora van coeliakie patiënten minder gunstige bacteriën en juist meer schadelijke bacteriën. 

Dit artikel vertelt je hoe de darmflora glutenovergevoeligheid veroorzaakt en of een glutenvrij dieet de uitkomst biedt, inclusief de invloed van je genen.

Schadelijke ontstekingen door gluten

darmflora onder een vergrootglasWanneer het microbioom van mensen, met en zonder coeliakie, met elkaar wordt vergeleken, worden er verschillen in de darmflora en het microbioom gezien. 

In termen van pathofysiologie is coeliakie een voedselgevoeligheid en geen voedselallergie. Coeliakie wordt echter wel door het immuunsysteem bemiddeld, er zijn dus enkele overeenkomsten met voedselallergieën.

Bij coeliakie leidt het tarwe-eiwit gluten tot een immuunreactie, die het slijmvlies van de dunne darm ernstig kan aantasten.

Bepaalde eigenschappen van gluten verklaren waarom het, eerder dan andere eiwitten, een immuunreactie opwekt. 

Gluten worden minder goed afgebroken door enzymen en gluten hebben de neiging zich te binden aan bepaalde eiwitten van immuuncellen, die normaal gesproken juist schadelijke ziekteverwekkers detecteren. 

Deze binding zorgt voor een cascade van reacties, die verschillende immuuncellen activeren. Gluten leiden dus tot ontstekingen.

Echter, deze kenmerken zijn nog niet voldoende om de ontstaanswijze van coeliakie te verklaren. 

Invloed darmen op glutengevoeligheid

Aan de hand van een interessante muizenstudie wordt duidelijk hoe je darmflora invloed heeft op het wel of niet ontstaan van glutenovergevoeligheid.  

Muizen die in een steriele omgeving worden grootgebracht en daardoor geen bacteriën in hun darmen hebben, ontwikkelen immuunstoornissen. Steriele muizen hebben minder immuuncellen en de immuuncellen in hun bloed zijn anders. Veel van hun immuuncellen zijn onderontwikkeld en rijpen niet goed. 

Ze zijn hierdoor kwetsbaarder voor infecties en ze ontwikkelen sneller auto-immuunziekten, waarbij het lichaam zichzelf gaat aanvallen. 

De onrijpe immuuncellen zien namelijk geen verschil tussen schadelijke cellen en lichaamseigen cellen. 

man met meerdere allergiënEn wat is de precieze relatie tussen darmflora en gluten?  Uit onderzoek blijkt nu ook dat de darmbacteriën de reactie op voedsel beïnvloeden. Muizen zonder darmflora ontwikkelen sneller koemelk of pinda-allergieën. 

Genetica darmflora en gluten 

Het microbioom heeft dus een grote invloed op de gezondheid van het immuunsysteem. 

Genetica is een andere cruciale factor in de immuunfunctie. Onderzoek wijst uit dat beiden van belang zijn bij de ontwikkeling van coeliakie.

Genetica speelt ook een rol bij de ontwikkeling van coeliakie. Individuen worden door verschillende genetische variaties vatbaarder voor coeliakie, zoals bepaalde variaties in belangrijke immuun eiwitten.

HLA is een groep oppervlakte-eiwitten van het immuunsysteem. 

Met de juiste genen zul je waarschijnlijk nooit coeliakie ontwikkelen. Hoewel genetica belangrijk is, zijn de omgevingsfactoren vaak verantwoordelijk voor het wel of niet ontstaan van coeliakie. 

Er wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar de precieze omgevingsfactoren, omdat de afgelopen decennia het aantal coeliakiegevallen drastisch is toegenomen.

Test 

Er bestaat een genetische test die aantoont of je drager bent van de genetische variaties die de kans glutenovergevoeligheid verhogen. Deze genetische test onderzoekt het HLA-DQ2 en DQ8.

Wanneer je deze variaties niet hebt, is de kans op coeliakie zeer laag. Wees je ervan bewust dat veel mensen die wel beide varianten hebben, alsnog nooit coeliakie ontwikkelen. 

Probiotica om gluten de kop in te drukken

Hoewel je je genen niet kan aanpassen, kan je wel je darmflora in optimale gezondheid houden om zo ontstekingen te verminderen en de groei van schadelijke micro organismen te voorkomen.

Neem probiotica die de gunstige soorten bacteriën bevatten en ontstekingsremmend werken. Zodra deze gezonde bacteriën zich hebben gehuisvest in je darmen kunnen ze de symptomen van glutenovergevoeligheid verminderen. 

Uit één studie blijkt dat probiotica de gastro-intestinale symptomen bij coeliakie kan verminderen en dat de vorming van antilichamen tegen de gluteneiwitten er effectief door afneemt.

De darmdoorlaatbaarheid bleef bij deze patiënten hetzelfde. Ondanks deze veelbelovende resultaten is er nog veel onderzoek nodig om specifieke aanbevelingen te kunnen doen.

Het is nog onduidelijk welke precieze mix van darmbacteriën het gunstigst is voor coeliakie patiënten en hoe je dit kan optimaliseren. 

mand met groentenDaarnaast zal een gevarieerd dieet met verse voedingsmiddelen, waaronder fruit, groenten, en bonen, je gunstige darmmicroben voeden. 

Glutenvrij dieet en darmflora 

De vraag is of een glutenvrij dieet de darmflora van coeliakiepatiënten kan normaliseren. 

Hoewel een strikt glutenvrij dieet de structuur van het dunne darmslijmvlies kan herstellen, is het nog steeds de vraag of de darmbacteriën veranderen.

De onderzoeksresultaten hierover zijn niet eenduidig. 

Uit sommige studies blijkt dat de darmflora inderdaad gezonder is in vergelijking met de onbehandelde coeliakiepatiënten.  Echter, het is niet gezonder in vergelijking met de mensen zonder de ziekte. 

In andere studies was echter het tegengestelde het geval. Na het volgen van een strikt glutenvrij dieet had de darmflora meer overeenkomsten met een gezonde controlepopulatie zonder coeliakie en juist minder overeenkomsten met die van onbehandelde patiënten met coeliakie.

Er was zelfs één studie waarbij een glutenvrij dieet veranderingen veroorzaakte in het bacteriële profiel. Deze verschillende bevindingen kunnen nog niet verklaard worden. 

Is glutenovergevoeligheid een oorzaak of een gevolg 

Veroorzaakt een veranderde darmflora glutenovergevoeligheid of is de verandering juist een gevolg ervan? 

Hoewel beiden tegelijkertijd waar kunnen zijn, zal een veranderde darmflora niet per se coeliakie veroorzaken. 

Uit studies blijken veranderde darmbacteriën niet per se coeliakie veroorzaken, maar daar wel aan kunnen bijdragen. 

Darmbacteriën kunnen immuuncellen activeren en ontstekingen en overgevoeligheid veroorzaken. Hierdoor kan het dunne darmslijmvlies beschadigen, wat tot coeliakie symptomen leidt.

Darmbacteriën kunnen dezelfde glutenmetabolieten, die geassocieerd zijn met coeliakie, activeren. Sommige darmbacteriën produceren meer ontstekingsmetabolieten, terwijl andere soorten juist de goedaardige glutenmetabolieten produceren. 

Uit deze studies blijkt dus dat het darmmicrobioom een belangrijke rol kan spelen bij het ontstaan van coeliakie. 

Take home message 

Er worden aanzienlijke microbiële veranderingen bij coeliakiepatiënten waargenomen. Zo bevat de darmflora meer schadelijke en juist minder gunstige bacteriën. 

Darmbacteriën zijn in staat om immuuncellen te activeren en daarmee overgevoeligheid te veroorzaken. Het dunne darmslijmvlies kan hierdoor aangetast raken, wat tot coeliakie symptomen kan leiden. 

Uit studies blijkt dat zowel genetica als het microbioom een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van coeliakie. 

Hoewel je je DNA niet kan aanpassen, kan je met behulp van probiotica en gezonde voeding je darmflora in de beste staat houden. Op deze manier kun jede symptomen van glutenovergevoeligheid verminderen. 

Over Diederik

Diederik heeft een medisch-wetenschappelijke achtergrond. In zijn vrije tijd schrijft hij over gezondheidskwesties.

Bronnen

Tjellström, B., Stenhammar, L., Högberg, L., Fälth-Magnusson, K., Magnusson, K. E., Midtvedt, T., … & Norin, E. (2005). Gut microflora associated characteristics in children with celiac disease. American Journal of Gastroenterology, 100(12), 2784-2788.

Collado, M. C., Donat, E., Ribes-Koninckx, C., Calabuig, M., & Sanz, Y. (2008). Imbalances in faecal and duodenal Bifidobacterium species composition in active and non-active coeliac disease. BMC microbiology, 8(1), 1-9.

Verdu, E. F., Galipeau, H. J., & Jabri, B. (2015). Novel players in coeliac disease pathogenesis: role of the gut microbiota. Nature Reviews Gastroenterology & Hepatology, 12(9), 497.

Tjellström, B., Högberg, L., Stenhammar, L., Fälth-Magnusson, K., Magnusson, K. E., Norin, E., … & Midtvedt, T. (2013). Faecal short-chain fatty acid pattern in childhood coeliac disease is normalised after more than one year’s gluten-free diet. Microbial ecology in health and disease, 24(1), 20905.

Van Elburg, R. M., Uil, J. J., Mulder, C. J., & Heymans, H. S. (1993). Intestinal permeability in patients with coeliac disease and relatives of patients with coeliac disease. Gut, 34(3), 354-357.

Pearson, A. D., Eastham, E. J., Laker, M. F., Craft, A. W., & Nelson, R. (1982). Intestinal permeability in children with Crohn’s disease and coeliac disease. Br Med J (Clin Res Ed), 285(6334), 20-21.

Heyman, M., Abed, J., Lebreton, C., & Cerf-Bensussan, N. (2012). Intestinal permeability in coeliac disease: insight into mechanisms and relevance to pathogenesis. Gut, 61(9), 1355-1364.

Anderson, C. M., & Langford, R. F. (1958). Bacterial content of small intestine of children in health, in coeliac disease, and in fibrocystic disease of pancreas. British medical journal, 1(5074), 803.