6 Verschillen Tussen Bacteriën en Virussen

Bacteriën en virussen worden vaak door elkaar gehaald. Niet gek, de symptomen zijn vaak vergelijkbaar zoals niezen, hoesten, koorts, braken, diarree, ontstekingen en vermoeidheid.

Je kan er allebei doodziek van worden, maar wat is nou het verschil tussen een bacterie en een virus?

KORT ANTWOORD

Het belangrijkste verschil tussen bacteriën en virussen is dat bacteriën geen gastheercel nodig hebben. Een bacterie is een compleet werkende cel terwijl een virus slechts uit wat genetische materiaal met een eiwitjasje bestaat. Zonder gastheercel kan een virus zich dus niet voortplanten. Aangezien een virus uit slechts wat losse onderdelen bestaat is het logisch dat virussen ook kleiner zijn dan bacteriën, ongeveer 100 keer kleiner. Het belangrijkste praktische verschil is dat antibiotica alleen tegen bacteriën werkt en niet tegen virussen. Dit komt omdat antibiotica de buitenste cellaag van een bacterie vernietigd en de buitenste cellaag van een virus, oftewel de menselijk cel, met rust laat. 

Dit artikel vertelt je alle verschillen tussen bacteriën en virussen inclusief een handig overzicht met de belangrijkste verschillen.

vrouwelijke wetenschapper kijkt door microscoop

1. Virus heeft een gastheercel nodig

Het grootste verschil tussen een bacterie en virus is dat een virus een gastheercel nodig heeft. Virussen zijn dus parasitaire organismen.

Aan de andere kant kan een bacterie uit één cel energie opwekken, voedsel produceren, voortplanten en zich verplaatsen.

Bacteriën kunnen zowel binnen als buiten het lichaam overleven terwijl virussen een gastheercel nodig hebben. 

Dit verklaart gelijk waarom bacteriën zich ook in water, de bodem en in planten kunnen overleven. Buiten levende gastheercellen zijn virussen ‘’’slapend’’. 

Een virus kaapt de biochemische activiteiten van een levende cel. Je zou dus kunnen stellen dat virussen niet-levende moleculen zijn. Virussen kunnen zich alleen voortplanten als ze aan andere cellen gehecht zijn.

Bovendien kunnen virussen niet eens hun eigen energie maken. Virussen kunnen dus niet zelfstandig overleven en kunnen niet zelfstandig een stabiele toestand behouden. 

Een bacterie is een compleet werkende cel terwijl een virus uit slechts wat onderdelen bestaat. Een virus is slechts wat genetisch materiaal met een eiwit jasje.

Het virus heeft een gastheercel die je waarschijnlijk zal verbazen.

Weetje

Wist je dat virussen bacteriën kunnen infecteren? Dit worden ook wel bacteriofagen-virussen genoemd.

2. Bacteriën zijn veel groter

Zowel bacteriën als virussen kun je met het blote oog niet zien waardoor ze heimelijk een uitbraak kunnen veroorzaken.

Onderling verschillen ze echter wel erg in grootte. Bacteriën zijn in vergelijking met virussen echte reuzen.

Met een gewone lichtmicroscoop kan je de meeste virussen niet eens zien. Virussen zijn ongeveer 100 keer kleiner dan bacteriën.

Virussen zijn dus submicroscopisch en moeten daarom met een elektronenmicroscoop onderzocht worden.

Zo zijn de grootste virussen kleiner dan de kleinste bacterie. Virussen zijn dus submicroscopisch kleine organismen. 

Een micron is een miljoenste meter. De doorsnede van de kleinste bacteriën bedraagt 0,4 micron terwijl de grootste virus ongeveer 0,25 micron bedraagt. De grootte van virussen varieert tussen 0,02 – 0,25 micron.
 Bacterie.
 Virus.

Het enige waar een virus uit bestaat is een kern van genetisch materiaal (RNA of DNA) en een eiwitmantel (capside). That’s it.

Dit is ook logisch. Een bacterie is een levend organisme met alle aspecten die daarbij komen kijken.

3. Antibiotica werkt alleen tegen bacteriën

Bacteriën en virussen moeten verschillend behandeld worden. Antibiotica werkt namelijk alleen tegen bacteriën en niet tegen virussen. 

Bij een bacteriële infectie zal de antibiotica de buitenste cellaag van een bacterie kapot maken, dit wordt ook wel peptidoglycaanlaag genoemd. Virussen merken hier niets van.

Virussen kopiëren zichzelf in je lichaamscellen. Dankzij beschermende eiwitmantel van de gastheercel zijn ze dus als het ware resistent tegen antibiotica.

Bij virussen kunnen wel antivirale middelen voorgeschreven worden die de ziekte tegen kunnen gaan. Het zal de virussen echter niet doden.

Als antibiotica bij virale infecties wordt gegeven kan aan antibioticaresistentie bijdragen. Dat wil je natuurlijk niet hebben.

Om bacteriën van virussen te onderscheiden zal een arts soms aanvullend onderzoek uitvoeren op urine, bloed en ontlasting. De arts kan ook een uitstrijkje nemen van bijvoorbeeld de keel of neus.

4. Een virus is vaker systemisch

Aangezien bacteriën en virussen biochemisch van elkaar verschillen zal de manier van infectie dus ook anders verlopen. Bacteriën zijn vaak lokaler en virussen juist systemischer.

Virussen infecteren de gastheercel en zullen zich in de cel met duizenden vermenigvuldigen. Vervolgens verlaten ze de gastheercellen en herhalen ze dit proces bij de andere lichaamscellen.

Dit verklaart waarom een virale infectie zich over het hele lichaam zal verspreiden. Dit wordt ook wel een systemische ziekte genoemd. 

Aan de andere kant blijft de infectie met bacteriën meestal tot een bepaald lichaamsdeel beperkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een longontsteking.

De bacteriën geven gifstoffen af, de zogeheten endotoxinen. Een bacterie is erg opportunistisch, oftewel de bacterie wacht op het juist moment.

Kortom, de verschillen tussen bacteriën en virussen kunnen weerspiegeld worden in de symptomen. 

Zo zullen bacteriële infecties lokale symptomen veroorzaken zoals roodheid, zwelling, pijn en afscheiding terwijl een virale infectie vaak voor algehele symptomen zorgt zoals misselijkheid, braken, en buikpijn. Uiteraard zijn er ook veel vergelijkbare symptomen. 

Bovendien kunnen een aantal ziekten door zowel een bacterie als virus veroorzaakt worden zoals longontsteking, diarree of hersenvliesontsteking.

5. Een virus leeft niet

Bacteriën zijn levende organismen terwijl virussen dat niet zijn. Aangezien virussen een gastheercel nodig hebben om zich voort te planten zijn het dus geen levende wezens. 

Virussen zijn assemblages van de volgende moleculen:

  1. eiwitten
  2. genetisch materiaal (nucleïnezuren)
  3. koolhydraten en vetten

Virussen doen niets voordat ze een levende cel zijn binnengedrongen. Kortom, zonder een levende gastheer kunnen virussen zich niet vermenigvuldigen. 

Uiteraard hangt het er wel vanaf welke definitie je gebruikt voor wanneer iets levend is.

6. Bacteriën kunnen erg nuttig zijn

Minder dan 1% van alle bacteriën zal ziekten veroorzaken. Bacteriën kunnen zelfs de gezondheid bevorderen terwijl virussen alleen maar kwaad kunnen aanrichten.

Je hebt vast wel eens van nuttige of gunstige bacteriën gehoord. Zo bestaat je darmflora uit miljarden bacteriën die je gezondheids juist kunnen bevorderen. Maar een bacterie doet nog meer.

In de natuur kunnen bacteriën organisch materiaal afbreken. Ze spelen een rol in belangrijke kringlopen, zoals de stikstofkringloop. 

Via stikstoffixatie produceren bacteriën chemische stoffen die planten vervolgens kunnen gebruiken.

Take home message

Bacteriën en virussen hebben voor miljarden doden gezorgd. Hoewel de symptomen kunnen overlappen zijn er nogal wat verschillen tussen bacteriën en virussen.

Het is belangrijk dat bacteriële van virale infecties onderscheiden worden. Ze hebben natuurlijk ook andere behandelingen nodig. Dus wat is het verschil tussen een bacterie en een virus?

Virussen kunnen in tegenstelling tot bacteriën niet zonder gastheer overleven. Een bacterie is een complete cel die vrijuit kan leven en zich vrijuit kan voortplanten.

Een bacterie kan uit één enkele cel energie opwekken. Een virus is compleet afhankelijk van de gastheercel. Zonder gastheercel kan een virus geen eens energie produceren

Bacteriën zijn ook veel groter dan virussen, maar liefst 100 keer zo groot. 

Een bacterie is een complete zelfvoorzienende cel terwijl een virus alleen uit wat genetisch materiaal met een mantel bestaat. De eiwitmantel van een virus wordt het capside genoemd. 

De meeste bacteriën zijn goed voor de gezondheid terwijl de meeste virussen ziekten veroorzaken. Bovendien houden bacteriën de ecosystemen op aarde draaiende. 

Kortom, door al deze verschillen zou je kunnen stellen dat bacteriën en virussen compleet andere organismen zijn. 

Hopelijk hebben al deze verschillen tussen bacteriën en virussen een einde aan de verwarring gemaakt en kun je ze in het vervolg makkelijker van elkaar onderscheiden.

Over Diederik

Diederik heeft een medisch-wetenschappelijke achtergrond. In zijn vrije tijd schrijft hij over gezondheidskwesties.

Bronnen

Katen, S., & Zlotnick, A. (2009). The thermodynamics of virus capsid assembly. Methods in enzymology, 455, 395-417.

Huijskens, E. G., Koopmans, M., Palmen, F. M., van Erkel, A. J., Mulder, P. G., & Rossen, J. W. (2014). The value of signs and symptoms in differentiating between bacterial, viral and mixed aetiology in patients with community-acquired pneumonia. Journal of medical microbiology, 63(3), 441-452.

Wagenlehner, F. M., & Naber, K. G. (2006). Treatment of bacterial urinary tract infections: presence and future. European urology, 49(2), 235-244.

Watanabe, T., Watanabe, S., & Kawaoka, Y. (2010). Cellular networks involved in the influenza virus life cycle. Cell host & microbe, 7(6), 427-439.

Greening, C., & Lithgow, T. (2020). Formation and function of bacterial organelles. Nature Reviews Microbiology, 18(12), 677-689.

Pybus, O. G., & Rambaut, A. (2009). Evolutionary analysis of the dynamics of viral infectious disease. Nature Reviews Genetics, 10(8), 540-550.

Virkki, R., Juven, T., Rikalainen, H., Svedström, E., Mertsola, J., & Ruuskanen, O. (2002). Differentiation of bacterial and viral pneumonia in children. Thorax, 57(5), 438-441.